Hoofdmenu

Mijn kinderen zijn mijn toekomst

 

Wat weet u van vluchtelingen die naar Nederland komen? Van hun leven, hun cultuur en hun gewoonten? Bij sommige mensen roepen ze zonder enige nuance het beeld op van arme sloebers uit een onderontwikkeld land. Bij weinigen zal het idee ontstaan van mensen met een baan, een huis en een leven zoals wij dat leven. Maar volgens Sawsan en haar man Hanna, beide christenen uit Aleppo, verschilt het leven in Nederland niet zo veel met dat in het ooit welvarende thuisland van voor de oorlog. 

 

Moeilijk om je daar een beeld bij te vormen, want laten we wel wezen, wat weten wij nou eigenlijk van een land als Syrië?

Natuurlijk, de taal is anders en voor vluchtelingen een moeilijk struikelblok, maar voor de rest zijn er vooral overeenkomsten. Sawsan had een goede baan in het onderwijs en Hanna had een eigen kledingzaak. Met hun twee kinderen Mery Rose en Yousef leefden ze een druk en gelukkig leven in een moderne miljoenenstad. Totdat de oorlog uitbrak en alles ineens heel anders werd. Nu moeten ze hun draai zien te vinden in een klein en rustig dorpje in Zuid-Limburg. Wat een contrast.

Bij nul beginnen. Sawsan en Hanna zijn hier niet voor hun lol, zoveel is duidelijk. Ook al tonen ze een en al dankbaarheid voor de gastvrijheid waarmee ze in Nederland zijn ontvangen.  “We zijn alles kwijt, ons thuis, ons werk, ons hele leven dat we in Syrië hadden opgebouwd. We moeten hier weer bij nul beginnen. Maar dat hebben we er allemaal voor over om onze kinderen een veilige toekomst te bieden”; vertelt Sawsan.

Dat het niet gemakkelijk is, behoeft geen toelichting. Sawsan mist haar familie en vrienden enorm. Ze is vreselijk ongerust over de onveilige situatie waarin ze zich bevinden. “We hebben iedere week contact, tenminste als het internet in Syrië werkt. Maar het gemis zal nooit wennen.” Het is sowieso lastig voor Sawsan om te wennen aan haar enigszins geïsoleerde leven in Nederland. “In Aleppo had ik een druk sociaal leven. Ik was de hele dag onder de mensen, op mijn werk, maar ook thuis. Er was veel contact met vrienden en buren. Daarom doe ik hier vrijwilligerswerk in de speeltuin en kom ik heel graag in het taalcafé. Ik word een beetje somber als ik de hele dag thuis moet zitten. Ik hou van mensen om me heen.”

We pakken alles aan Sawsan en Hanna willen niets liever dan aan het werk. En dat niet alleen vanwege de sociale contacten. “In Syrië werkt iedereen. Als mensen aan onze kinderen vragen wat wij doen, dan wil ik dat ze trots kunnen antwoorden dat we een baan hebben. Het voelt voor ons niet goed dat we van een uitkering moeten leven. We willen voor onszelf kunnen zorgen.” Hanna heeft inmiddels een baan als oproepkracht in een restaurant in Heerlen. Sawsan doet binnenkort inburgeringsexamen en hoopt dat ze de Nederlandse taal dan goed genoeg beheerst om ergens aan het werk te kunnen. Toekomstdromen hebben ze op dat gebied niet meer. “We hebben hier geen enkele kans met onze Syrische diploma’s. Het maakt ons daarom niet uit wat voor werk we moeten doen. Als we maar aan de slag kunnen. We pakken alles aan. Met beide handen. De enige dromen die we hebben zijn voor onze kinderen. Voor hen zijn we naar Europa gekomen. Zij zijn onze toekomst.”

Met die kinderen komt het wel goed. Ze spreken vloeiend Nederlands, zitten op school, hebben vriendjes en vriendinnetjes en voelen zich hier als een vis in het water. Mery Rose peinst er niet over om terug te gaan naar Syrië. Ze heeft haar toekomst al helemaal uitgestippeld. “Ik wil later huisarts worden. Of misschien iets anders.” Gelukkig hoeft ze nu nog niet te kiezen. Er ligt een wereld voor haar open. Een veilige wereld, laten we daar maar vanuit gaan.

Bron en foto Gemeente Simpelveld