Hoofdmenu

IK BEN NEDERLANDER!

Op de foto van links naar rechts: dochter Nasil (wil advocaat worden), moeder Bashima, zoon Mohammed (studeerde ICT in Syrië en wil dat graag voortzetten), dochter Ranen (wil anesthesie studeren), vader Arfan en Slwana, de benjamin van de familie (spreekt vloeiend Nederlands en droomt van een carrière als actrice).

Iedereen wil ergens bij horen. Dat is een fundamentele behoefte van mensen. Bovendien is het een mensenrecht. Volgens de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens heeft iedereen het recht om een nationaliteit te hebben. Die krijgen Arfan en Bashima, voor de eerste keer in hun leven. Over een paar maanden worden ze officieel Nederlander. Arfan: “Het allermooiste geschenk na al die jaren.”

Arfan en Bashima komen uit Syrië. Maar hun roots liggen in Palestina. Hun beider ouders zijn na de tweede wereldoorlog gevlucht uit hun geboorteland. Arfan en Bashima zijn geboren in Syrië, maar hebben nooit de Syrische nationaliteit gekregen. Ze hebben dus eigenlijk al hun hele leven het stempel ‘vluchteling’. Dat heeft hun leven in Damascus in die zin beperkt dat ze geen identificatiepapieren hadden, officieel staatloos waren en dus niet vrij konden reizen. Voor het overige hadden ze er een goed leven. Ze konden in Syrië studeren, werken, trouwden en kregen een prachtig gezin met vier kinderen.
Voor dat gezin is Arfan bereid zijn leven te geven: “Toen de oorlog uitbrak wilde ik niets liever dan mijn kinderen een veilige toekomst bieden. Ondanks de gevaren en risico’s die ik daarvoor moest lopen. Ik heb drie weken op zee gezeten, met 500 vluchtelingen in een bootje dat eigenlijk maar 50 mensen kon dragen. Eenmaal aan land had ik geen idee waar ik was. Maar ik kon mijn vrouw, na 21 dagen angstaanjagende radiostilte, bellen met de verlossende woorden: ‘Ik ben aan de overkant!’”

Een jaar later werd Arfan in Nederland herenigd met Bashima en zijn jongste drie kinderen. Enige zoon Mohammed, toen net 18 jaar, bleef alleen achter. Zonder familie, zonder inkomen, hij had helemaal niets aldus Arfan. “Ik heb alles in het werk gesteld om Mohammed te verenigen met ons gezin. Drie jaar ben ik ermee bezig geweest. Dat is héél, héél lang als je op je kind zit te wachten.”

Het doet Arfan pijn dat sommige mensen hen bestempelen als gelukszoekers. “Als we geen oorlog hadden gehad in Syrië, dan was er niemand naar Europa gekomen. Echt niet. In Syrië was welvaart, we hadden daar alles. Het was ons thuis. Het is moeilijk om huis en haard achter te laten en helemaal opnieuw te beginnen. Doordat we gebrekkig Nederlands praten verslijten sommige mensen ons voor dom. Ze vinden dat we ‘profiteren’ omdat we een uitkering krijgen. Terwijl we niets liever willen dan werken. Nu heb ik eindelijk een vaste baan en dan zeggen ze dat we de banen inpikken. Waarom zijn ze niet gewoon blij voor mij?”

Arfan is dolgelukkig dat Nederland zijn gezin heeft verwelkomd en de meeste mensen het beste met hen voorhebben. “Ik ben dankbaar dat we hier mogen leven en werken, dat mijn kinderen mogen studeren. Maar het allermooiste is dat ik na al die jaren een nationaliteit krijg. Het geeft me eigenwaarde en respect. We hadden alles in Syrië,  een huis, auto’s, noem maar op. Maar een nationaliteit is veel belangrijker dan materiele bezittingen. Het betekent erkenning, dat je geaccepteerd wordt. Ik ben na 51 jaar geen vluchteling meer en ook geen vreemdeling. Ik heb een groot respect voor dit land en ik ben vanuit het diepst van mijn hart dankbaar voor het feit dat ik straks mag zeggen: ‘Ik ben Nederlander’!”

Tekst Afdeling communicatie Gemeente Simpelveld en Foto Carry Gisbertz



« (Vorig nieuwsbericht)