Hoofdmenu

30 Handen helpen Nepal 2019 – Dag 8

14 juli 2019
Terwijl wij gisteravond naar bed gingen, kregen we een bericht van de thuisblijvers. Zij hadden de thuisblijvers-barbecue. Een barbecue voor de ex-Nepalgangers die de afgelopen jaren mee zijn geweest, maar om wat voor reden dan ook hebben moeten afhaken. We vonden het erg leuk om de foto’s van hen te krijgen. Met het speeksel in de mond lagen we in bed te kijken naar de foto’s van het eten zelf. Ons eigen eten in Nepal is dit jaar prima, maar niets gaat natuurlijk boven ons vertrouwde Nederlandse eten en we waren stiekem dus wel een beetje jaloers. Al zou natuurlijk niemand van ons willen ruilen en thuis willen zijn.

Vanochtend werden we als vanouds wakker door het kraaien van de kraaien, annex roeken, en door het geblaf van de honden. Hier waren we blij mee, want dat betekende dat het niet meer regende. Tijdens de regen zijn deze dieren namelijk muisstil. We hoopten vandaag naar Thali te kunnen gaan en hiervoor groen licht te ontvangen van Indira. We hebben met haar afgesproken dat we per dag zullen bekijken of het veilig is om te gaan, omdat de overstromingen ten gevolge van de regenval dichterbij zijn dan we zo op het eerste oog zouden denken. We hebben ons daarnaast, voor vertrek, aangemeld bij de Nederlandse ambassade. Zij zijn op de hoogte van onze aanwezigheid in Nepal en zullen ons waarschuwen als er code rood dreigt en dat is nú echt niet het geval.
Bij het ontbijt was iedereen nog erg moe. Toch besloot iedereen mee te gaan vandaag. We lazen vandaag het zinnetje van Hilde, een van de voorgaande Nepalgangers. Ook nu zijn we weer erg blij met haar blijvende betrokkenheid, ondanks dat zij zelf niet meer mee gaat. Daarnaast merkte iemand tijdens het ontbijt op dat het weer begon te regenen met als gevolg dat we onze volledige regenuitrusting weer in bus legden. De eerste tijd denken we niet dat we onze zonnebril nodig hebben en zoals altijd sluiten we ons weer bij Johan Cruijf aan en roepen in koor: “Elk nadeel hep zijn voordeel!” We hebben namelijk het donkerbruine vermoeden gekregen dat deze weersomstandigheden maken dat er nog niemand last heeft van het maag-darmstelsel. Alhoewel het natuurlijk hier en daar wat rommelt in onze buiken is er na zes dagen nog niemand echt ziek en dat is vermeldenswaardig en om over naar huis te schrijven! We zijn daar echt blij mee.
Daarnaast denken we ook dat dit te maken heeft met ervaring. We merken echt dat hoe vaker we hier komen, hoe beter we uitgerust zijn voor ons verblijf. We hebben ‘gaandeweg’ geleerd beter in te spelen op hetgeen we hier tegen kunnen komen. Het ontbijt bijvoorbeeld vullen we aan met eigen meegebrachte crackers, pindakaas, nutella en jam. De lunch die Chitra maakt, heeft als basis bestanddeel noodles en dat gaat er prima in. Bij het avondeten hebben we ook niets te klagen en krijgen we zelfs een bolletje ijs. Dat bolletje zorgde in eerste instantie voor wat spraakverwarring, toen Vivian vroeg: “Can we have a one bowl ice?”, ondertussen maakte ze met haar vingers een bolletje. De bediening bleef het echter maar hebben over één bakje en snapte niet dat wij dit met vijftien man wilden delen.

We startten de dag met onze eerste kerkdienst van dit jaar. In ons tweede jaar hebben we deze kerk, na een grote speurtocht, gevonden en sindsdien startten we in deze kerk op de zondagen. We kwamen precies op tijd aan. Dat houdt in dat wij onze schoenen uit konden doen op het moment dat het openingslied klonk. In Nepal neemt niemand je dit kwalijk. Iedereen weet dat de reistijd elke keer verandert door de chaotische en veranderende verkeersomstandigheden. De dienst ging over wat je moet doen om naar de hemel te gaan. Dat is natuurlijk een moeilijke vraag. Als je aan iemand zou vragen wat je moet doen om naar Amerika te gaan, is het antwoord veel simpeler: je hebt een paspoort en een visum nodig. Father Sam, de pastoor van vandaag, zei dat we dit antwoord ook konden vertalen voor onze weg naar de hemel. Het paspoort was het liefhebben van God. Het naar de kerk gaan om daar samen ons geloof te vieren. Het visum daarentegen was, net als een echt visum, minder gemakkelijk te krijgen. Dat krijgen we alleen door onze buurman, buurvrouw, of welk ander persoon dan ook, te helpen en lief te hebben. Dat is natuurlijk veel moeilijker. Ieder mens is van nature egoïstisch ingesteld. Bedenk je maar eens… Je geeft een klein kind een chocolaatje. Wat zal dit kind dan doen? Hiermee naar zijn broertje gaan en zijn chocolaatje doormidden breken? Of zal hij eerder het chocolaatje opeten en daarna aan zijn broertje vertellen dat hij toch echt een lekker chocolaatje gekregen had? Wij zelf moesten hier wel om lachen, want de meesten van ons zouden toch voor de tweede optie gaan. Iedereen zal dit op een of ander vlak dus kennen. Dat betekent niet dat we hier aan moeten toegeven. Willen wij ons visum verkrijgen, zullen wij hard moeten werken en proberen de ander voorop te zetten. Dat lukt natuurlijk niet vanzelf en daarbij komen we weer bij het paspoort. Juist in de eucharistie kunnen wij de hulp, de bescherming en de zegen krijgen, die je nodig hebt om anderen te leren lief hebben als jezelf en hen te helpen.

Na de mis spraken we met onze contactpersoon van de Nederlandse ambassade. Wij ontmoetten haar vorig jaar in de kerkdienst en zodoende hoorden wij dat wij ons aan moesten melden bij de ambassade. Ze wist via de mail al dat we in Kathmandu waren en voor alle zekerheid brachten we haar vandaag ook nog mondeling op de hoogte van onze plannen voor de komende twee weken. Ze vertelde dat er in de gebieden die wij op het programma hebben staan geen sprake is van aardverschuivingen, maar wel van grote wateroverlast. Zo zie je maar weer waar een kerkbezoek zoal goed voor is. Deze vrouw heeft ons in de picture en zal ons de komende twee weken zeker niet vergeten. Zeker niet als we morgen de foto die we met haar maakten naar haar toesturen.

Hierna was het tijd om naar Thali te vertrekken. Onderweg zagen we dat de wegen er niet beter of slechter bij lagen dan twee dagen geleden. Het gebied rond Thali is niet zo zwaar getroffen door de extreme regenval. Natuurlijk hebben ook zij wateroverlast, maar niet zoals de gebieden die in het nieuws zijn gekomen.

In Thali zelf zagen we dan ook dat we ons voor niets bezorgd hadden gemaakt en dat onze trap tot nog toe onverwoestbaar bleek te zijn. Wel bleek het zeil op het platte dak van de school te zijn ingestort. De mannen repareerden dit zelf geïmproviseerde afdakje eerst, zodat we tijdens de lunch droog konden zitten en we niet met zijn allen met ons bord in een te klein lokaaltje zouden eindigen.

Hierna verdeelden we ons weer in verschillende groepjes. De mannen en Valerie trokken richting geitenstal om verder te werken aan de trap en kregen in eerste instantie hulp van Caro en Sacha. Tijdens het fotograferen van de bloemen langs het weggetje van het schooltje naar de geitenstal, kwam er een vrouw naar ons toe en leidde ons naar haar tuintje dat naast haar huis lag. Ze wees daar, zonder een woord te spreken, naar andere mooie bloemen die niet langs de weg te vinden waren en opende de deur van een klein stalletje waar een koe en een klein kalfje in lag. Ze was verguld dat daar foto’s van werden gemaakt.

In eerste instantie begonnen de mannen met het aannemen-doorgeven-systeem om de trap te verstevigen. Om ervoor te zorgen dat de trap niet in elkaar zal storten bij elk beetje water, kwamen er kiezelstenen op de traptreden te liggen. Matteo en Frederik bleven onverstoorbaar de bamboe schoon hakken en zodoende konden de traptreden versterkt worden en werden de laatste vier treden gelegd. Voordat we de bus ingingen, was de bamboetrap ‘fix und fertig!’

De trap is, net als de muur van twee jaar geleden, een bezienswaardigheid in het dorp en dat maakt dat menig dorpeling even een kijkje komt nemen. Avaya zei dat hij ook zo’n trap wilde gaan maken van de boerderij naar de grote boom. Toen we daarover lachten, omdat we de afstand zagen, zei hij heel overtuigend en vastberaden: “You’ll see!”. We moeten bekennen dat hij dit inderdaad nog voor elkaar zou kunnen krijgen ook. Sunil en hij zijn ook dit jaar bij alle werkzaamheden van de partij en sparen kosten nog moeite. Beiden zijn harde werkers, die erg leergierig zijn. Net als de jeugd in onze groep, is hun geen moeite teveel. We zijn echt trots op hen en zien hoe ze van jonge jongens, jonge mannen zijn geworden die weten wat ze willen.

Michele was ondertussen aan de slag gegaan in de geitenstal. Er stond veel meubilair uit de container opgeslagen in de geitenstal, maar dit was niet erg geordend neergezet. Om ervoor te zorgen dat het meubilair gemakkelijk te pakken zou zijn, ruimde hij de geitenstal op. Al snel kreeg hij hierbij een paar helpers. De term ‘helpertjes’ zou echter beter zijn: drie kleine meisjes en een klein jongetje, van kleuterleeftijd, liepen op en neer tussen de lokalen en zetten alles netjes neer. Het jongetje, Nima, kennen wij al van de voorgaande jaren. We noemden hem toen voor de grap ‘naughty boy’. Nima was namelijk een heel beweeglijk kind dat altijd op zoek was naar avontuur. We kwamen hem regelmatig tegen terwijl hij op muurtjes stond of in de kozijnen geklommen was. Dit jaar is deze bijnaam niet meer toepasselijk. De kleine Nima is inmiddels een leergierig mannetje dat leuk meedoet met alles wat wij verzinnen, hulp aanbiedt waar wij dat kunnen gebruiken en bovenal luistert naar wat hem gezegd wordt.

Terwijl we zo bezig waren met de trap en de geitenstal, kwam een van de dorpelingen aanlopen met een gifgroene slang, die giftig bleek te zijn. Gezien zijn kleur hadden we dat niet anders verwacht. Om de slang te doden, sloegen de dorpelingen twee keer op het hoofd van de slang met een schop. Dit tot groot ongenoegen van een vrouw uit het dorp. Zij kwam aan lopen en liet duidelijk merken dat ze de kop van de slang moesten afslaan en zo gezegd, zo gedaan! Wij zijn de afgelopen jaren steeds gewaarschuwd voor slangen, maar hebben er pas een keertje een gezien, die niet giftig was. We hopen dat dit de laatste keer zal zijn. We voelen en zien hier allerlei insecten. Doe je best en zoek de sprinkhaan!

De rest van de meisjes waren ondertussen aan de slag gegaan op de school. Ze begonnen met het zingen van alle dansjes en liedjes van de afgelopen jaren. Het was erg leuk om te zien dat vandaag alle leerkrachten mee kwamen doen, inclusief de directrice. Ook zij genoten zichtbaar van de spelletjes en we weten zeker dat zij de spelletjes niet zullen vergeten, maar zeker nog eens zullen spelen met de leerlingen als wij weg zijn.

Ondanks het plezier dat we hadden, zagen we al snel dat het tijd was voor wat nieuws. Maaike, een oud collega van oma Erna, de oma van Janneke en Eefke, had voor het derde jaar een spaarpot vol kleingeld aan ons gegeven. We zeggen altijd dat alle kleine beetjes helpen en dat bleek dit jaar weer toen wij al dit kleingeld bij elkaar telden. Dit bleek een flink bedrag te zijn geworden en van dat bedrag kocht Eefke allemaal knutselspullen. Zeg nu zelf, wat is er nu leuker dan als juf bij te dragen aan de creatieve vorming van kinderen aan de andere kant van de wereld, die normaal gezien daarvan verstoken blijven. Vandaag hadden we deze knutselspullen bij ons en besloten deze in te zetten. Claire en Maureen namen de oudere meisjes voor hun rekening en knutselden met hen in onze zelfgemaakte werkboekjes rondom het dierenthema. De meisjes vonden het prachtig om dat te doen, hun gezichten straalden helemaal en juf Bindu zat aan de kop van de tafel en knutselde mee. Zij is net zo begeesterd van wat wij ter tafel brengen als haar leerlingen en doet met alles mee.

 

Noelle, Janneke en Eefke trokken de stoute schoenen aan en pakten de vingerverf uit, die zij gekocht hadden voor de kleinere kinderen. Ze begonnen met een groepje van acht en kregen dat prima gehendeld. Op een gegeven moment kwamen er allerlei kinderen aanlopen en moesten de hulptroepen ingeschakeld worden. Deze kinderen wisten niet wat hen overkwam, ze genoten zichtbaar van het verven en konden er bijna geen genoeg van krijgen. Dit was terug te zien in het resultaat en wij genoten van de trotse gezichtjes wanneer ze ons hun tekening lieten zien.

Wie met kleine kinderen werkt, weet dat de spanningsboog niet heel groot is. Toen we merkten dat de kinderen begonnen te kliederen met de verf, besloten we op te ruimen. We namen de kinderen mee terug naar buiten en deden spelletjes met hen. De oudere leerlingen, die zich langer kunnen concentreren, gingen wat langer door.

Terwijl we allemaal aan de slag waren, werden we bij elkaar geroepen voor de lunch. Iedereen kwam vanuit zijn eigen werkplek aanlopen en opeens zagen we de beste vriendin van Ineke over straat lopen. Het is de eerste keer dat wij haar tegenkwamen en dit moment moest natuurlijk vereeuwigd worden op de foto.

Hierna liepen wij de trap op naar het platte dak. Terwijl we langs de keuken liepen, zagen wij tot onze verrassing Indira in de keuken zitten. Ze was als verrassing mee naar Thali gekomen en maakte voor ons een Nepalese broodsoort. Dit waren ronde, platte deegballen, gemaakt van bloem en water. Nadat deze in de zonnebloemolie gedaan waren, werden het holle ballen die heerlijk smaakten. Sameer vond onze interesse in de maaltijd maar wat leuk en poseerde met het brood zodat ook iedereen in Nederland kan zien waar wij het over hebben.

Tijdens de lunch hoorden wij opeens dat de leerlingen allemaal naar huis gestuurd werden. In de verte zagen wij een dreigende regenwolk aankomen. Als de leerlingen niet naar huis zouden gaan, zouden zij helemaal natregenen op de weg naar huis. Om dit te voorkomen, werd de school eerder gesloten.

Dit betekende niet dat wij ook naar huis gingen. Michele en Vivian gingen nog in gesprek met Indira en de directrice. Ze bekeken de tekening van het nieuwe schoolgebouw en dat was erg leuk om te zien. Er ontbreekt nog één ding, een stempel van de gemeenteraad van Thali. Zodra die binnen is, kunnen we de volgende stap gaan zetten! We hopen dan ook dat dit snel geregeld zal zijn, maar tot die tijd werken we rustig verder en genieten we van ons werk met de kinderen op school.

De mannen legden na de lunch ook nog een laatste hand aan de bamboetrap. Ondertussen leerden we Avaya, Sunil en Ajay, de broer van Avaya, een nieuw spelletje: het telefoonspel. Dit spel wordt in Nederland met de jongere kinderen gespeeld. Je zit in een grote kring en houdt elkaars handen vast. Een van de spelers in de kring zegt de naam van een andere speler in de groep. Door middel van een kneepje in de handen, wordt het ‘telefoongesprek’ gestart. Als de ontvanger van het telefoongesprek geknepen wordt, zegt hij ‘tring, tring’. In het midden van de kring staat echter een van de spelers en die wil het telefoongesprek tegenhouden. Dit doet hij door de handen goed in de gaten te houden en te zeggen waar het kneepje gegeven wordt. Het klinkt misschien gemakkelijk, maar is vele malen moeilijker dan het klinkt. We besloten daarom een nieuwe regel toe te voegen: Iemand die drie keer een telefoongesprek liet doorgaan, moest een dansje doen. Dat meerdere personen hebben gedanst, laat wel zien hoe moeilijk het is. Wij dachten dat het spelletje wat kinderachtig zou zijn, maar we hadden groot plezier en de groep werd steeds groter. Ajay, een van de oudsten onder ons, zei zelfs dat hij dit spel ging onthouden. Hij zit bij de scouts en is daar de leiding van een van de jongerengroepen. Dit spel vond hij een mooi spelletje om met de jongeren te spelen! Juf Bindu deed uiteindelijk ook mee,
nadat ze eerst de kat uit de boom keek.

Voordat we het wisten, was het hierdoor tijd om naar huis te vertrekken. Tegelijkertijd begon het te regenen. We waren blij dat de kinderen op tijd naar huis waren gegaan, zodat ze niet in deze bui hadden moeten lopen. In de bus daalde de rust weder en viel op twee na iedereen in slaap en werd pas wakker in Thamel. Daar maakte we op de hoek van de straat waar ons guesthouse ligt Chitra’s rijkunsten mee. Het was werkelijk millimeterwerk, maar hij wist ons opnieuw veilig thuis te brengen, want thuis komen we hier in Nepal!

Foto´s en tekst 30 Handen helpen Nepal 2019 – Dag 8