Fotostudio Carreno Peter Trompetter Only by Kamilla Kay Fotografie
8 mei 2026

De stille woede in Nederland groeit en niemand lijkt het echt te stoppen

De stille woede in Nederland groeit en niemand lijkt het echt te stoppen

Toen ik als klein meisje opgroeide in de 80 jaren.  Wist ik niet beter dat wij een land waren dat goed zorgde voor haar inwoners.  En iedereen was gelijk. Nederland gold in de jaren tachtig als een van de landen met de meest uitgebreide sociale voorzieningen ter wereld. Die historische context speelt nog altijd een rol in het huidige debat, waarin zorgen over verdeling, draagkracht en toegang tot voorzieningen steeds vaker naar voren komen. Ook de tolerantie naar de andersdenkende en het heel open minded zijn ten opzichte van de rest van de wereld was iets wat erg mooi was aan Nederland.  Iets waar we als land ook erg trots op waren. Hier kon en mocht je altijd jezelf zijn.  Langzaam zag ik dat veranderen. Waar Nederland in de jaren tachtig nog bekendstond als een van de meest uitgebreide verzorgingsstaten ter wereld, is dat systeem in de decennia daarna ingrijpend hervormd. Onder invloed van economische tegenwind, oplopende kosten en politieke keuzes verschoof het beleid geleidelijk van een ruim collectief vangnet naar een systeem dat meer nadruk legt op eigen verantwoordelijkheid en beheersing van uitgaven. Een belangrijk keerpunt lag in de jaren tachtig, tijdens het kabinet onder leiding van Ruud Lubbers. In deze periode werd fors bezuinigd op sociale regelingen, mede vanwege hoge werkloosheid en een snel oplopend aantal mensen in de arbeidsongeschiktheid. De hervormingen waren gericht op het terugdringen van kosten en het vergroten van arbeidsparticipatie. In de jaren negentig en daarna werden deze koerswijzigingen verder doorgezet. Onder kabinetten van onder anderen Wim Kok en later Mark Rutte verschoof de nadruk steeds meer naar activering: mensen moesten sneller weer aan het werk, en uitkeringen werden strenger en tijdelijker. Ook de zorgsector onderging grote veranderingen. Waar Nederland traditioneel een sterk publiek georganiseerd zorgstelsel kende, werd in 2006 met de invoering van de Zorgverzekeringswet gekozen voor een systeem van gereguleerde marktwerking. Zorgverzekeraars kregen een grotere rol en concurrentie moest leiden tot efficiëntie en kostenbeheersing.

Die kostenbeheersing en efficiëntie is niet bewezen. Veel Nederlanders zijn er juist door in de problemen gekomen financieel en of mijden nu de artsen en tandartsen om kosten niet te krijgen. De invoering van de Zorgverzekeringswet heeft gemengde resultaten opgeleverd. Enerzijds bleef de toegankelijkheid van de zorg hoog en is nu vrijwel iedereen verzekerd. Er is meer aandacht gekomen voor kwaliteit en transparantie. Anderzijds zijn de zorgkosten voor burgers gestegen, onder meer door hogere premies en het eigen risico. Daarnaast is de administratieve druk in de zorg toegenomen en is er geen eenduidig bewijs dat de marktwerking daadwerkelijk heeft geleid tot structureel meer efficiëntie. Binnen de gezondheidseconomie bestaat dan ook geen brede consensus over het uiteindelijke succes van deze hervorming. Dit complex model van de zorgsector wijkt af van systemen in landen als Frankrijk en België, waar de overheid en sociale verzekeringsfondsen traditioneel een directere rol houden in de organisatie van zorg. Er zijn discussies over hoe dit kan. In de volksmond geven mensen de schuld aan mensen die voor elk ongemak naar de huisarts of ziekenhuis gingen. Vaak was dit niet nodig en gaf het juist die extra kosten. Veel arme mensen werden hierdoor de dupe met de invoering van zorg die commercieel werd. Tot de dag van vandaag strijden mensen hier nog steeds om en willen zij dit terug. Zo bestaan er ook groepen die structureel niet meer willen betalen. Echter is de verzekering verplicht en word het leven voor deze mensen niet makkelijk gemaakt wanneer zij deze keuze maken. De belangrijkste motieven achter deze hervormingen waren financieel en ideologisch. Enerzijds was er de wens om de stijgende kosten van de verzorgingsstaat beheersbaar te houden, zeker in een vergrijzende samenleving. Anderzijds groeide binnen de politiek het idee dat een te ruim vangnet mensen afhankelijk zou maken van uitkeringen, en dat meer nadruk op eigen verantwoordelijkheid en participatie noodzakelijk was. De indoctrinatie heeft hierbij ook een hele grote rol gespeeld. Men ging mensen met een uitkering zien als lui. Al het belastinggeld ging naar deze mensen. In de praktijk bleek dit onwaar. Er ging veel meer naar zaken waar men als vol nauwelijks iets van wist of op de hoogte waren. Ook fijn zo want de indoctrinatie lag bij de mensen van de uitkering en daar ging dan de aandacht heen zodat het systeem hervormd kon worden. Dit zien we in het heden nog steeds gebeuren met welke politieke agenda dan ook. Het zal waarschijnlijk ook nooit veranderen. Dat is hoe het gaat.  Critici stellen dat deze veranderingen hebben geleid tot meer druk op publieke voorzieningen en juist een grotere ongelijkheid, terwijl voorstanders wijzen op een hogere arbeidsparticipatie en een beter houdbare overheidsfinanciën. Daarmee blijft de inrichting van de verzorgingsstaat tot op de dag van vandaag onderwerp van politiek en maatschappelijk debat. De gezondheid van mensen speelde geen belangrijke rol.

We zien nu veel jongeren al uitvallen. Mensen die oververmoeid zijn en niet meer echt leven. Veel getraumatiseerde mensen door uiteenlopende redenen. Maar we moeten doorgaan. Er is geen ruimte voor rust. Voor de lage en middenklassers is het overleven.  Waar het land in de jaren negentig nog bekendstond om een relatief ruimhartig toelatingsbeleid en een brede politieke consensus over opvang, verschoof het debat vanaf het begin van de jaren 2000 geleidelijk. De houding van de mensen richting asielzoekers is de laatste jaren niet veranderd. Wel meer zichtbaar geworden. Een belangrijk kantelpunt wordt vaak gezien rond de opkomst van Pim Fortuyn, die het integratie- en migratievraagstuk nadrukkelijk op de politieke agenda zette. Ook ingrijpende gebeurtenissen zoals de moord op Theo van Gogh in 2004 versterkten het gevoel van maatschappelijke onrust en verscherpten discussies over integratie en veiligheid. In de jaren daarna werd het politieke klimaat rondom asiel en migratie verder kritischer, mede door de opkomst van partijen die strengere maatregelen bepleitten.  De zogenoemde “vluchtelingencrisis” van 2015, toen grote aantallen mensen Europa bereikten, vormde opnieuw een belangrijk moment. In Nederland leidde dit tot zowel solidariteitsinitiatieven als protesten tegen opvanglocaties. Sindsdien is het debat verder gepolariseerd geraakt, waarbij zorgen over woningdruk, voorzieningen en veiligheid vaker worden genoemd door tegenstanders, terwijl voorstanders juist wijzen op internationale verplichtingen en humanitaire verantwoordelijkheid. Volgens onderzoekers en sociologen speelt ook bredere maatschappelijke onzekerheid een rol, zoals economische druk, woningtekorten en wantrouwen richting overheid. In die context wordt het asielvraagstuk vaak een symbool voor bredere zorgen over de toekomst en de verdeling van schaarse middelen. Mensen kunnen niet meer begrijpen waarom zij achteraan komen te staan wanneer het gaat om het krijgen van een sociale huurwoning en of de alsmaar stijgende kosten waardoor de meeste mensen de maand niet meer halen met hun inkomsten en uitgaven. Zo is het een feit dat er ontzettend veel mensen van ook de middenklasse bij de voedselbank terecht komen. Of in de schuldhulpverlening.  Iets waarvoor mensen zich schamen. Want hoe kan het dat wanneer je fulltime werkt en je steentje bijdraagt aan de maatschappij dat je hulp nodig hebt van de voedselbank.

De onzekerheid en het zelfbeeld van mensen word hier door aangetast wat mede effect heeft op de maatschappij en het denken/handelen. De samenleving is gefrustreerd geraakt. Demonstraties zijn de laatste jaren dagelijkse kost in het nieuws. Links en rechts laten zich horen. De onrust rond de komst van asielzoekerscentra lijkt nu in Nederland opnieuw toe te nemen. In Loosdrecht liep de spanning recent hoog op, waar protesten tegen een gepland azc uitmondden in rellen en confrontaties met de politie. Het incident staat niet op zichzelf, maar past binnen een bredere ontwikkeling waarin verzet tegen de opvang van asielzoekers zichtbaarder en feller wordt. Op verschillende plekken in het land organiseren bewoners en actiegroepen demonstraties tegen de komst van opvanglocaties. Deze protesten variëren van vreedzame bijeenkomsten tot situaties waarin de openbare orde onder druk komt te staan. Tegelijkertijd groeit ook het aantal tegengeluiden: initiatieven en demonstraties die juist pleiten voor opvang en solidariteit met vluchtelingen. De discussie over asielopvang raakt daarmee steeds dieper verankerd in het maatschappelijke debat. Waar het onderwerp voorheen vooral politiek werd gevoerd, lijkt het nu steeds vaker op straat te worden uitgevochten, met zichtbare spanningen tussen verschillende groepen in de samenleving.

Ook in Heerlen speelt deze ontwikkeling. Voor 16 mei staat daar een demonstratie aangekondigd die zich richt tegen de komst of aanwezigheid van asielzoekers. Daarmee sluit de stad zich aan bij een groeiende reeks locaties waar het asielvraagstuk leidt tot publieke mobilisatie.  Persoonlijk denk ik dat het belangrijk is dat mensen leren hoe politiek werkt. De democratie zijn wij allemaal. Iedereen kan de politiek in. Het is wel zo dat je als je die rol op je neemt ook integer bent en niet alleen in eigenbelang denkt. Dat is vaak moeilijk te monitoren voor de volgers, – het volk, de mensen.  Het mogen protesteren en demonstreren is een recht in Nederland waar we vroeger ook heel trots op waren. Zelfs dit recht staat nu ter discussie door de maar oplopende emoties van mensen die het niet meer begrijpen en waardoor protesten uit de hand lopen. Laten we er samen voor waken. Door met elkaar te blijven praten.

Misschien is Nederland niet ineens veranderd. Misschien zijn langzaam de scheuren zichtbaar geworden in iets waarvan we ooit dachten dat het vanzelfsprekend was. Een land bouw je niet alleen met regels, cijfers en beleid. Je bouwt het met vertrouwen. Met het gevoel dat mensen elkaar nog willen zien, horen en begrijpen. Met liefhebben en echt naar elkaar kijken. Niet alleen met je ogen.  En misschien zit juist daar  de grootste uitdaging. Niet in de vraag wie gelijk heeft. Maar in de vraag of we elkaar nog kunnen blijven herkennen als mensen, ondanks alle verschillen, angsten en overtuigingen. Dat waar Nederland ooit zo voor stond en trots op was. 

Want een samenleving verliest zichzelf niet op het moment dat mensen van mening verschillen. Ze verliest zichzelf pas wanneer niemand nog bereid is om echt naar de ander te luisteren.

Foto’s: Lidia Carreno Photography

Opinie | Dit artikel bevat de persoonlijke visie van de schrijver en is bedoeld als bijdrage aan het maatschappelijk debat.

About The Author