Hoofdmenu

Gulpense onderneemster is in Azië uitgegroeid tot vrouw van de wereld

 

 

Op een dag eis je je eigen geluk op en denk je: dit is mijn leven, nu ga ik ervan maken wat ik wil. Elvira Wijzen deed het! En ze vond persoonlijk geluk. Met Eko vond ze in Bali haar man voor het leven en op een leeftijd (39) dat ze het niet meer verwachtte werd de Gulpense voor het eerst moeder. En ze wist op het droomeiland haar levensdromen te verwezenlijken.

 

Elvira Wijsen (571) is en blijft een maedje van Gullepe, maar Bali is sinds bijna een kwart eeuw haar thuis. De onderneemster verhuurt in het toeristenparadijs villa’s in de prijscategorie van 200 tot 2000 dollar per nacht. Met haar 250 werknemers zorgt ze ervoor dat gasten in niets tekort komen. Daarnaast zet de Limburgse zich in voor het behoud van een stuk oorspronkelijkheid van Bali.

Een ding wist Elvira Wijsen al héél vroeg héél zeker. Ze wilde niet toetreden in het succesvolle door vader Wiel en moeder Corrie opgezette familie annex transportbedrijf Wijsen Logistics. De jongste telg uit een hecht zeskoppige Gulpens gezin wilde de wereld zien, grenzen verleggen. De reisbranche was daarbij een probaat hulpmiddel. Wijsen werkte voor Van Hulst in Maastricht en aansluitend voor Neckerman, in Amsterdam. Al vlug reisde ze de wereld over, op zoek naar nieuwe, bijzondere vakantieplekjes.

Na vijf jaar hard werken besloten Wijsen en haar toenmalige levenspartner Martin Savelsberg tot een sabbatical year. “Ik dacht: ‘we hebben nu nog de kans en mogelijkheden om de wereld te verkennen.  Ons doel was een hotelressort in een ander werelddeel opstarten. De drang werd groter en groter. “Ik dacht gaan! Voordat ik zo’n veertiger ben, die gefrustreerd op elk feestje bla-bla-bla staat te kletsen.”

Elvira Wijsen en Martin Savelsberg zegden hun goede baan op, verkochten hun huis in Trintelen en hun geliefde Cabrio en gingen op zoek naar hun droomplek. Costa Rico bleek het niet. “Ik had er niks mee. Ik vond het een onopgeruimde achtertuin van de Amerikanen.” Het Afrikaanse Ghana bleek het aansluitend ook niet. Azië wél. Ik had Azië als laatste gepland, mogelijk omdat ik onbewust in mijn achterhoofd had dat ik daar zou blijven hangen. Ik was er vaker geweest en vond het er heel mooi. Wuivende palmbomen, bloemenpracht, smaragdgroene zee, intens licht, heerlijke geuren, daarbij vriendelijke en sociale mensen.

Glimlachend: “Maar ik wilde eigenlijk niet naar Bali. Ik dacht daar is alles zo toeristisch, daar komt ook iedereen al tien jaar. We hebben eerst gekeken op meer afgelegen oorden. Maar toen had ik na drie maanden zoiets van: ‘als ik nu niet met iemand een fatsoenlijk woord kan praten of een pizza kan eten of een film kijken, dan vermoord ik iemand!’ Verklarend: “Vakantiegevoel en vestigingsgevoel zijn ook twee totaal verschillende dingen. Ik moest gewoonweg terug naar en plek waar dingen te doen zijn. Dan kom je toch ook weer terug bij je roots. De hele reiswereld, service- industrie, hospitality management, dat ken ik als mijn broekzakje. Dat stond op Bali in de kinderschoenen. Daar lag dus het potentieel.”

Met BaliOn startte Elvira Wijsen in 1998 haar eigen bedrijf. “Het Limburgse koppel was inmiddels uit elkaar. Verklarend: “Ik had met Martin oud kunnen worden. Maar dan als broer en zus, in groot gevoel van respect en liefde. Martin en ik zijn nog altijd bevriend, wonen zes km van elkaar. Als hij ziek is, sleep ik hem maar het ziekenhuis. Glimlachend: En als het mij aan de ‘pieper’ gaat, is hij er. Is toch mooi dat een relatie ook zo kan voorduren. Ik ben achttien jaar met Martin samen geweest. Dat vlak je ook niet zomaar uit!”

 Met de Indonesische ondernemer Eko vond Elvira de man van haar leven. Ze kochten een mooie villa in Seminyak, een van de belangrijkste toeristenoorden. “We hadden heel vaak vrienden en familie over. En die reageerden altijd van wow, wow. Een hulp in de huishouding, een tuinman, een kokkin, een wasvrouw, elke ochtend een bloemetje op het kussen. Ik dacht dat is zo gemakkelijk om zelf te beginnen. In het begin verhuurden we onze villa in de maand augustus aan Italianen. In die tijd vierde half Rome en half Milaan op Bali vakantie. Van het geld konden we aansluitend een half jaar redelijk leven op Bali.

“Toen de grote toeristenstroom naar Bali op gang kwam dacht ik: ‘ik ga zelf villa’s selecteren en er de service doen’ Wijsen had het goed gezien. Tijdelijk een droomhuis huren in plaats van een hotel werd steeds populairder. Inmiddels verhuurt ze met haar bedrijf BaliOn 125 kamers verdeeld over een twintigtal properties. Prijs: 200 tot 2000 dollar per nacht. Gemiddeld vijf tot vijftien man personeel in iedere villa, die er rond de klok voor zorgen dat gasten niks tekort komen. “De kleintjes zijn heel mooi en fantastisch voor families, maar de grote properties van 2000 dollar per nacht zijn natuurlijk een heel andere belevingswereld. Alles is absoluut topniveau service, inclusief butler.”

“Wie dat kan betalen in deze tijd? “Je moet niet in Nederlandse maar in internationale normen denken. Europa is not existing in Bali at the moment. Maar Australië en zeker Indonesië wél! Een hele, hele grote groep heeft geen geld maar van de ca 215 miljoen Indonesiërs zijn er 6 miljoen óntzéttend rijk. En die beginnen zich de luxe nu ook te permitteren, te laten zien.”

Luxe, maar ook pure armoede Elvira Wijsen, die zich in Indonesië tot een vrouw van de wereld heeft ontwikkeld, maakt het op Bali dagelijks mee. Ook zelf heeft ze het meegemaakt. “Na de bomaanslagen kreeg Bali twee jaar lang een negatief reisadvies. Zelfs als de toerist al wilde komen kon het niet. Twee miljoen mensen verloren hun baan. Op Bali leeft dan ook iedereen direct of indirect van het toerisme. Er is geen andere industrie. De rijstvelden zijn voor de foto’s van de toeristen. Ik ben in die tijd noodgedwongen terug naar mijn basis gegaan: het trainen van personeel. Ik verdiende hooguit 100 tot 200 dollar per maand. Ik had toen soms letterlijk geen geld meer om de poedermelk voor onze kinderen.”

Toch had Wijsen geen enkele twijfel over al dan niet blijven. Na de tweede aanslag in 2005 wél. Toen heb ik kort getwijfeld, maar mede omdat Eko niets met Nederland heeft, zijn we gebleven. Daar heb ik overigens nooit spijt van gehad. Integendeel”

Nee, Eko werkt niet voor BaliOn. Hij heeft winkels in antiek en is daarbij shipping and buying agent, hij is nu bezig met grote opdracht van twaalf containers naar Mexico. Morgen kan dat weer anders zijn. Daarnaast vervult Eko ook een hoofdrol in onze goede doelen projecten. Nu ons bedrijf is gesetteld en we daarvan goed kunnen leven, wat in de tijden van bommen en crisissen heel moeilijk was, vind ik dat we ook iets moeten teruggeven. Iets moeten betekenen voor Bali. Eko doet bijvoorbeeld een project met boeren. Hij koopt de koeien -voor die investering hebben de boeren geen geld – en die grazen vervolgens op hun land. Als ze vet gemest zijn, regelen we voor de hele regio transport en kunnen de boeren de koeien verkopen. De winst is voor hen.”

“Het Bali van de Conimex-reclame bestaat nog steeds”

Weet je, het Bali van de Conimex-reclame bestaat nog steeds, maar je moet steeds verder landinwaarts gaan om het authentieke Bali te ontdekken. Hotels in aanbouw, en verkeerschaos vormen vaak het eerste beeld. Maar op anderhalf uur reizen van onze huidige woning. nabij Pura Tanah Lot (Balinese tempel op een rots aan de zee aan de westkust van Bali red) waan je je echt in het Bali van 50 jaar geleden Om het authentieke Bali te behouden en te voorkomen dat de boeren uit pure armoede naar de stad trekken, hebben we daar land voor ze geleast. Daar is een hele grote plantage uitgekomen van 30 hectare bomen met daarop nog steeds de koffie en de vanilla en de cacao. Ook daar vloeit de winst rechtstreeks naar de boeren.”

Toeristen komen overigens in toenemende mate niet meer voor de cultuur, maar voor de luxe. En omdat het goed klinkt als je op een verjaardagsfeestje kunt vertellen dat je naar Bali gaat of er bent geweest”, geeft Wijsen een eye-opener. Zoals ze ook Bali’s grootste problemen: infrastructuur, de afvalverwerking, de alsmaar voortdurende bouwwoede als de grootste problemen duidt. Ook de gebrekkige gezondheidszorg (“als je hier een hartaanval of hersenbloeding krijgt ben je weg”) doen Elvira Wijsen op sommige momenten kort terug naar Nederland verlangen. Maar al snel wordt het gevoel verdrongen door het persoonlijke geluk dat ze op Indonesisch 27ste eiland heeft gevonden. “In veel opzichten is Bali onverminderd een aards paradijs. Je leeft op Bali ook veel minder gestresst, veel meer samen met gelijkdenkende mensen. In en met respect voor de natuur ook. Als creatieve ondernemer ben je ook niet gebonden aan al die bureaucratische en belemmerende regeltjes, zoals in Nederland.”

 “Weet je, ik geloof heel erg in verandering. Alles is ook onderhevig aan veranderingen. Dat begrijpen heeft te maken met je persoonlijke ontwikkeling. Ik kan mijn kinderen toch niet op dezelfde school plaatsen zetten als ikzelf. En volgens hetzelfde principe laten leren: bladzijde 50 tot 70, morgen proefwerk! Smalend: “En degene die dat dan goed uit haar hoofd kan leren is dan intelligent? Onze dochters Melati en Isabelle volgen de Greenschool. Dat is, denk ik, de mooiste opleiding ter wereld. Ze doen er alles zonder boeken. In het midden van de natuur, samen met kinderen van wel dertig andere nationaliteiten, maar nationaliteit is geen kwestie. Alles gaat hand in hand met respect voor de medemens en moeder natuur. Educatie gebeurt op een holistische wijze, dus dat je het ook wilt leren. Ik kan de kinderen werkelijk straffen door ze een dag uit school te houden. Daar komt een Richard Branson, die een workshop doet, daar komen Ben &Jerry die met de kleintjes ijs gaan draaien, aan anderen de historie van het bedrijf vertellen, de derde groep de marketing uitleggen de vierde groep een naam laat bedenken voor het ijs, de bij de groep moet de berekening. Zo leren ze ook Global Environment.

 Sociaal en eco bewust is ook haar onderneming BaliOn. “Mijn logo is groen. Alles is groen, We gebruiken bijvoorbeeld in de wasserette met natuurlijke zeep, zonder chemische toevoegingen. En we doen aan afvalscheiding. Daarvoor geldt een bewuste bijbetaling. Ik word dagelijks benaderd door mensen of ik hun villa wil managen. Maar als ik dan mijn groenplaatje erbij haal hebben sommige zoiets van: ‘mijn god, wat ben jij een zuster Theresia’. Maar ik doe geen concessie: je doet mee of je doet niet mee. Zoals ik ook voor mezelf een stelregel heb opgenomen dat ik niks meer onderneem, waarbij niet minimaal dertig procent van de opbrengst naar charity gaat. Ongeacht of het een succes wordt of niet.”

“Of ik ook mijn toekomst op Bali zie? Ik heb het losgelaten om een lange termijn planning te maken. Ik zie mezelf oud worden met een leuke groep mensen om me heen. Met mensen, waarmee ik mezelf kan zijn. Dat kan in Spanje zijn, dat kan in Bali zijn. Wat ik vrij zeker weet, is dat ik ga pendelen of tijdelijk verhuizen op het moment dat de kinderen naar een universiteit gaan. Die is er op Bali niet. Dus kan het Australië, maar ook Nederland worden.

Familie is onvoorwaardelijk, no mather what happens.”

 Vorig jaar hebben we als gezin een grote rondreis gemaakt door Europa -dan zie je dat Europa een groot openluchtmuseum is – en als afsluiter door Nederland. Grachtentocht door Amsterdam, voor mij nog altijd Nederland op zijn best, en Maastricht natuurlijk. Ik wilde dat de kinderen leerden begrijpen waar ik vandaan kom. Omdat dat ook een deel van hen is. In die periode is mijn pa Wiel ziek geworden en overleden. En toen hebben onze dochters dat hele proces van opa opbaren, de begrafenis en de voorbereiding met alle neefjes en nichtjes meegemaakt. Dat was voor hen helemaal wereldvreemd. Het heeft echter heel veel bij ze teweeg gebracht. Ze zijn er nu van doordrongen dat ze familie hebben. Dat is mooi. “Voor mij is familie namelijk onvoorwaardelijk, no mather what happens. Ook vrienden zitten diep geworteld. Met een fijne glimlach: “Ik heb nog altijd mijn communievriendinnetjes uit Gulpen. Familie en vrienden zijn ook wat ik het meeste mis op Bali. Daar moet ik kiezen uit wat beschikbaar is. En iedereen komt en gaat. Dat is soms gemakkelijk, maar soms ook niet.”

Foto uit archief van Elvira Wijsen