Hoofdmenu

Goudeerlijke handen en innemende glimlach als bindmiddel

 

 

 

Met acht jaar plakte ze al haar eigen fietsenbanden en met elf verkocht ze de eerste fiets. Opgegroeid in het niet te imiteren aroma van een fietsenzaak, wist Marie-Antoinette – roepnaam Rian – Saelmans – dan ook al als zesjarig meisje wat ze wilde worden als ze groot was. De meisjesdroom werd werkelijkheid. Tegenover de brandweerkazerne in Heerlen runt ze een schitterende fietsenzaak.

Vrouwen werkzaam in technische beroepen zijn anno heden geen rariteit meer. Maar toch: een goed uitziende jonge vrouw,  in een mooie zwarte jurk, die velgen spaakt, naven, crank­stellen en bracketassen uit- en inbouwt en fietsenbanden in een vloek en een zucht verwisselt, blijft  een tikkeltje bijzonder. En dat niet alleen omdat vrouwelijke fietsenmakers in Nederland nog steeds op de vingers van twee handen te tellen zijn. “Ik vind het raar dat mensen het raar vinden, dat ik fietsen repareer”, glimlach Rian. “Voor mij is het de natuurlijkste zaak van de wereld. Het zit min of meer in mijn genen, vermoed ik. Mijn opa was fietsenmaker, mijn vader was fietsenmaker en als peuter van twee speelde ik al in de werkplaats met moertjes en boutjes.”

Over haar zwierige kleding: “Ik repareer niet alleen, maar doe ook de verkoop. Dan moet je er toch enigszins representatief uit zien. Ik heb vroeger ook een stofjas en een overall gepro­beerd, maar die zijn altijd te groot of te klein. Een overall is met al die knopen bovendien  vreselijk omslachtig, als je even snel naar het toilet moet.Met pretlichtjes in haar reebruine ogen:  “Er is ook nog een bijkomende reden dat ik draag zwart gekleurde kleren draag. Als je vlug moet zijn kun je daar even snel je handen aan afvegen, zonder dat iemand het ziet.” hoor!@.

 Opa Martin Saelmans opende de rijwielzaak Marsael bijna een eeuw geleden in Kerkrade. In 1961 verhuisde de Weertenaar zijn zaak naar de Nobelstraat in Heerlen. Carl Saelmans, de vader van Rian, zette de fietsen en bromfietsen winkel vanaf begin jaren zestig voort op de huidige lokatie aan de Benzenraderweg, op de grens tussen Heerlen centrum en de wijk Bekkerveld. “We hadden een winkel en verkochten ook huishoudelijke apparatuur, tot en met gashaarden toe. Dat was lange tijd de afdeling van mijn moeder Riet.”

In de werkplaats van de rijwielhandel trekt een foto van agenten op minifietsen de aandacht. “Mijn vader moest begin jaren zestig binnen 48 uur vijftig minifietsen leveren, aan het politie­bureau in Heerlen. Hij is erin geslaagd, maar het was een heuse heksentoer. Hij is er voor naar Heerenveen gereden en heeft vervolgens continu doorgewerkt, om al die fietsen binnen de deadline af te monteren. Mijn vader was op het gebied van techniek van alle markten thuis. Die kon echt alle trucjes en foefjes. Begin jaren zestig had hij al een elektromotor ontworpen. Mijn vader was trots op me, maar hij heeft me niet gestimuleerd om fietsenmaker te worden. Integendeel! In feite heeft hij me ook alleen maar wielen leren spaken. ‘Als je iets graag wilt, dan kun je het’, hield hij me altijd voor. “En zo is het ook!

Als kind wilde ik overigens al fietsenmaker worden. De Cito-toets op de lager school heb ik  zo ingevuld dat er in mijn beleving fietsenmaker moest uitrollen. Mijn ouders kregen uiteinde­lijk het advies om me naar de LTS te sturen. Ze vonden dat niet zo’n goed idee. ‘Als meisje moet je dat niet doen. Haal eerst maar een aantal diploma’s, techniek kun je daarna nog altijd doen’, zei mijn vader. Mijn vader was en man van weinig woorden, maar wat hij zei, sneed hout. Daarom heb ik zijn advies zonder morren opgevolgd.”

“Als iets niet met m’n handen lukt kan ik nog altijd mijn voeten gebruiken”

Rian Saelmans haalde haar Middenstandsdiploma. Een maand later overleed haar vader, aan een hartinfarct. Mijn broer Ed, had geen ambities om de zaak over te nemen. Dus ben ik er op 19-jarige leeftijd ingestapt. Ze heeft er een moment spijt van gehad. Hoewel ze wekelijks tussen de vijftig en zeventig fietsen repareert en daarnaast ook nog de verkoop voor haar rekening neemt, kent ze geen psychische of lichamelijke werkdruk. “Ik vind dit werk heerlijk ontspannend. Ik heb ook jaren gewerkt zonder een dag vakantie, voor mij hoefde het niet. Nee, fysiek vind ik dit werk ook niet bezwaarlijk. Ik zeg altijd: wie niet sterk is moet slim zijn. Met kruipolie en door het materiaal te verlengen en aldus gebruik te maken van het hefboomeffect kom ik er vrijwel altijd uit.” Glimlachend: Als iets écht niet met je handen lukt, dan kun je nog altijd gebruik maken van je voeten.”

“Behalve mooi glimlachen, kan ze ook prima fietsen repareren”

“Behalve mooi glimlachen kan Rian ook prima fietsen repareren”, zegt een klant, die zijn fiets ter reparatie brengt. “Ik behandel mijn klanten zoals ik zelf ook graag behandeld wil worden@, betoont Saelmans.  “Wil je een goede service geven en iemand écht tevreden stellen, dan moet je goed goed luisteren naar de klant. Eigenlijk is het logisch, maar zeg nu eens eerlijk: wie luistert er tegenwoordig nog goed naar je?”

Rian Saelmans open oor wordt zeer gewaardeerd, blijkt uit het groot aantal vaste klanten. Die hoeft ze ook niet meer te overtuigen van haar kunnen. Nieuwe klanten daarentegen zijn nog vaker verbaasd, als ze merken dat de fietsenmaker een vrouw is. Vroeger was het helemaal erg. Dan werd ik soms aangestaard als een fata morgana. Vooral de wat oudere generatie mannen had er grote moeite mee, om hun fiets door een vrouw te laten repareren. Dat hoorde of dat kon in hun beleving gewoonweg niet. Als ik voorband wisselde stonden ze erbij en hielden het frame vast. “Dat is makkelijker, dan slingert de fiets niet zo”, kreeg ik dan te horen.

“Een keer stormde een echtpaar woedend de zaak binnen. ‘Je hebt ons  een te krappe maat binnenband verkocht. We hebben uren lang tevergeefs geprobeerd om hem erop te krijgen’, brieste de man. “Toen ik vervolgens in twee minuten de binnen en buitenband erop legde, hadden ze echt zoiets van: Dat meisje lukt het wel. Dat kan niet, dat kan écht niet!

Toen ze startte met de zaak was een vakdiploma nog verplicht. Rian Saelmans volgde daarom  in Roermond de twee jaar durende vakopleiding Inovam. Het betekende vier dagen werken, één dag school. Het afsluitende tweedaagse praktijkexamen fietsen en bromfietsen liep uit op een ontnuchterende ervaring en bittere teleurstelling. “Ik was de enige vrouw tussen 120 mannen. Ik werd aangestaard of ik van een andere planeet kwam. Ik dacht: laat ik maar het beste ervan maken. We werden verdeeld in groepen en ik moet zeggen: ik werd geaccepteerd en gelijkwaardig behandeld in mijn groep. De examinatoren behandelden me allemaal met overdreven aandacht. Ze meesten wilden uitvoerig horen waar ik vandaan kwam en waarom ik examen deed. Ik was nerveus voor het examen en dat opgeklopte gedoe maakte het er niet beter op. Toen ik in de middagpauze de kantine binnen kwam begonnen daar plotseling zo’n 100 van die mannen als idioten te gillen en joelen. Ik wist niet meer hoe ik het had. Ik was totaal de kluts kwijt. Ik  wist niks meer bij de volgende examinator. ‘Ga maar terug naar huis meisje en dan doe nog maar eens twee jaar de theorie over’, zei hij op arrogante toon tegen me. “Ziedend was ik. Ik ben opgestapt en ben naar huis gegaan.”

Het is Rian Saelmans ten voeten uit. Rustig en vriendelijk, maar bij vermeend onrecht kan ze steige­ren als een fury. Toen ik een jaar de zaak dreef ging een keer in het holst van de nacht r de deurbel van de winkel. Ik zei tegen mijn moeder: Ik ga naar beneden. We laten ons niks afpakken. We hebben er te hard voor moeten werken. We hadden in die tijd een Mechelse herder. Mijn moeder riep: ‘stuur eerst de Mechel de winkel in.’ Ik wipte echter in een oud T-shirt van mijn moeder en stormde naar beneden. Ik zag niemand. Wel stond de winkeldeur op een kier. Ik ben naar buiten gerend en heb onder alle nabij geparkeerde auto gekeken, of de dief zich daar soms verborgen had. Niks!. Als je terugdenkt is het eigenlijk maf. Toch zou ik het nu weer doen’, overpeinst ze

Dan beslist: Ik ben van plan dit werk nog heel lang te doen. Hoelang? Geen idee. Ik weet wel, dat ik niet zonder de zaak kan. Voor mij is dat een levenselixer. Dat contact met de mensen -vroeger als kind al, was het altijd gezellig druk in huis – dat contact wil en kan ik niet missen.”

Foto®ParkstadActueel/Lucho Carreno