Drie dagen Pinkpop door mijn lens en pen
Afzien in de hitte, maar het feest ging onverstoord door
De derde dag van Pinkpop was opnieuw extreem warm. Het was afzien op het terrein, maar gelukkig was er een grote schaduwplek te vinden waar bezoekers even konden bijkomen.
In een van de tenten speelde Dogstar, met acteur Keanu Reeves als bassist. Hij deed het prima en deed er alles aan om niet te veel op de voorgrond te staan. Geen sterallures, dat had hij thuisgelaten. Gewoon een muzikant tussen zijn collega’s.
Toch dacht ik: een publiekstrekker als Reeves had misschien meer verdiend dan een optreden in een tent. Zijn collega Johnny Depp mocht eerder wel op het hoofdpodium staan. Het blijft bijzonder hoe zulke keuzes worden gemaakt.
Een ander geluid op Pinkpop
Over het terrein klonk ineens carnavalsmuziek, volledig in Noord-Limburgs dialect. Een deel van de bezoekers vond het geweldig. Ze kenden de teksten en zongen uit volle borst mee. Voor hen was het een feest van herkenning.Maar Pinkpop is allang groter dan alleen zuid- Limburg. Bezoekers komen uit het hele land en zelfs uit het buitenland. Niet iedereen begrijpt het dialect of kent de liedjes. Veel mensen komen juist voor de grote internationale namen die Pinkpop groot hebben gemaakt, zoals The Cure.
Als ik jaren geleden tegen een fanatieke Pinkpopbezoeker had gezegd dat Beppie Kraft ooit op het festival zou staan om haar bekende evergreens te zingen, dan had men mij waarschijnlijk uitgelachen en voor gek verklaard.Toch gebeurde het. Pinkpop verandert. Het festival zoekt een nieuwe balans tussen traditie, vernieuwing en commercie.
De prijs van een festival
Voor de hoge prijzen die bezoekers tegenwoordig betalen, verwacht men toch ook iets bijzonders. Grote namen, wereldartiesten en een programma waar je voor komt.
Ook eten en drinken op het terrein zijn tegenwoordig geen koopjes meer .Lang leve de commercie, zou je bijna zeggen.
Maar de vraag blijft: blijft de muziek nog altijd het belangrijkste, of wordt een festival steeds meer een totaalproduct?
De concertfotograaf
Mensen zeggen weleens tegen mij:
“Peter, wat ben jij bevoorrecht dat je artiesten mag fotograferen op Pinkpop.”
Dat klopt ook. Als fotograaf leg je momenten vast die later geschiedenis worden.Maar er zit ook een andere kant aan.
Een fotograaf heeft eigenlijk niks in te brengen. Je krijgt toestemming of je krijgt die niet. Achter de schermen bepalen artiesten, management en organisaties wie dichtbij mag komen.
Eerder mocht ik Yungblud en de Foo Fighters fotograferen. Nu kan het ineens anders zijn. Voor een persfotograaf is een festival niet alleen muziek; het is het vastleggen van geschiedenis. Maar achter de schermen bepaalt niet de fotograaf wanneer hij door zijn lens mag kijken.“In de fotopit telt niet alleen wie de beste foto maakt, maar soms ook wie toestemming krijgt om überhaupt door zijn lens te kijken.”Dat is de werkelijkheid waar veel concertfotografen tegenaan lopen. Maar soms vraag ik mij af waar die ongecompliceerde tijd gebleven is.
Een fotograaf mag ook best op concert evenementen wat gastvrijer ontvangen worden, gewoon als iemand die een bijdrage levert aan de herinnering van een festival. Want een foto is vaak het beeld dat jaren later nog blijft hangen. De artiest staat op het podium, maar de fotograaf zorgt ervoor dat dit moment niet zomaar verdwijnt.
Mijn vrouw zei:
“Let it go.”
© Peter Trompetter Fotografie
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.