Tussen de stad Groningen en de Friese grens ligt een streek die veel mensen alleen kennen van de borden langs de A7: het Westerkwartier. Jammer, want wie hier afslaat ontdekt een groen coulisselandschap met houtwallen, pingoruïnes, gezellige dorpen en verrassend veel te doen.
Wat is er te zien?
Het landschap van het Zuidelijk Westerkwartier is kleinschalig en afwisselend, heel anders dan de open kleipolders verderop. Rond dorpen als Nuis, Niebert en Marum wandel je door elzensingels en langs petgaten. Nationaal Park De Onlanden en het Leekstermeer zijn favoriet bij vogelaars. In Leek staat landgoed Nienoord met een borg, een zwemkasteel en het Nationaal Rijtuigmuseum, leuk voor een dagje met kinderen.
Bijzonder zijn ook de pingoruïnes, ronde vennetjes die zijn ontstaan in de ijstijd. Je vindt ze verspreid door de streek, vaak verscholen in een weiland of bosje. Wie weet waar hij moet kijken, wandelt hier door duizenden jaren geschiedenis.
Eten, winkelen en ontspannen
Het Westerkwartier heeft daarnaast leuke boerderijwinkels, theetuinen en restaurants waar streekproducten op tafel komen. Ook voor wellness kun je er terecht, van kleine schoonheidssalons tot sauna’s midden in het groen.
De streek leren kennen via een lokale blog
De beste gids voor deze regio vond ik online: Overyvonne.nl. Yvonne woont zelf in het noorden en heeft op haar blog zelfs een aparte rubriek over recreatie in het Westerkwartier, met wandelroutes, uittips, winkeladresjes en restaurants die ze persoonlijk heeft bezocht. Daarnaast schrijft ze over uitjes en bezienswaardigheden in heel Friesland en Groningen. Ideaal om een bezoekje aan deze onderschatte streek voor te bereiden.