PARKSTAD – Een nieuwe baan beginnen, tijdelijk minder uren werken of onbetaald verlof opnemen: veel werknemers kijken daarbij vooral naar hun maandelijkse inkomen. Toch kan zo’n verandering ook gevolgen hebben voor de opbouw van het pensioen. Tijdens de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel speelt bovendien een extra aandachtspunt: de pensioencompensatie.
Wie overweegt om van baan te wisselen, een opleiding te volgen of tijdelijk minder te werken vanwege mantelzorg, doet er daarom verstandig aan vooraf niet alleen het nieuwe salaris te bekijken. Ook de pensioenregeling van de huidige en toekomstige werkgever kan een belangrijk verschil maken.
Dat geldt voor werknemers in Parkstad en de rest van Limburg net zo goed als voor mensen elders in Nederland.
Wat is pensioencompensatie?
De Nederlandse pensioenregelingen worden aangepast aan de nieuwe pensioenregels. Sommige pensioenfondsen en werkgevers zijn al overgestapt; andere doen dat de komende tijd. Uiterlijk op 1 januari 2028 moeten de pensioenregelingen zijn aangepast.
Door de verandering kan de toekomstige pensioenopbouw voor bepaalde groepen werknemers minder gunstig uitvallen. Werkgevers en werknemersorganisaties kunnen daarom afspraken maken over compensatie. Die vergoeding wordt pensioencompensatie genoemd.
De compensatie bestaat meestal niet uit geld dat rechtstreeks op de betaalrekening wordt gestort. Vaak gaat het om extra geld dat voor het pensioen wordt ingelegd.
Niet iedereen heeft recht op pensioencompensatie. Of iemand hiervoor in aanmerking komt en hoe hoog de compensatie is, verschilt per werkgever, bedrijfstak en pensioenregeling. Leeftijd en salaris kunnen daarbij een rol spelen. Volgens de Rijksoverheid kan vooral bij werknemers van ongeveer 40 tot 55 jaar compensatie nodig zijn, maar dat is geen automatische leeftijdsgrens die voor iedere regeling geldt.
Eerst controleren, dan van baan veranderen
Bij een overstap naar een andere werkgever kan ook de pensioenregeling veranderen. De ene regeling kan al zijn overgegaan naar het nieuwe stelsel, terwijl de andere nog volgens de oude regels werkt.
Dat kan gevolgen hebben voor pensioencompensatie. Wie weggaat voordat de oude pensioenregeling overstapt, ontvangt mogelijk geen compensatie vanuit die oude regeling. Is de nieuwe werkgever al eerder overgestapt, dan is het evenmin vanzelfsprekend dat een nieuwe werknemer daar alsnog compensatie krijgt.
Het precieze resultaat hangt af van de afspraken binnen beide pensioenregelingen. Bij een baanwissel heeft een werknemer recht op de eventuele compensatieregeling van de nieuwe werkgever, maar die regeling kan anders zijn dan die van de vorige werkgever of helemaal niet bestaan.
Het is daarom verstandig om vóór het ondertekenen van een nieuw arbeidscontract zowel de oude als de nieuwe pensioenuitvoerder om uitleg te vragen. Een hoger salaris bij een nieuwe werkgever kan aantrekkelijk zijn, maar biedt niet automatisch een betere pensioenregeling.
Ook is het belangrijk om te controleren of de nieuwe werkgever überhaupt een pensioenregeling aanbiedt.
Minder uren betekent meestal minder pensioen
Wie minder uren gaat werken, krijgt doorgaans een lager salaris. Daardoor wordt meestal ook minder pensioen opgebouwd.
Dat kan daarnaast invloed hebben op een mogelijke pensioencompensatie. Wanneer de hoogte daarvan wordt berekend aan de hand van het salaris op het moment van de overgang, kan minder werken tot een lagere compensatie leiden.
Ook bij tijdelijk minder werken voor mantelzorg, een opleiding of een andere persoonlijke reden is het daarom raadzaam vooraf een berekening op te vragen. Bij sommige pensioenfondsen bestaan mogelijkheden om de pensioenopbouw voor de niet-gewerkte uren vrijwillig voort te zetten. Of dat kan en wie de kosten betaalt, verschilt per regeling.
Gevolgen staan niet op de loonstrook
Volgens Gerard Riemen, pensioenbestuurder bij vakbond FNV, kijken veel werknemers bij een verandering vooral naar de gevolgen voor hun directe inkomen.
“Maar het is ook belangrijk om naar het pensioen te kijken. De gevolgen voor pensioenopbouw en voor compensatie verschillen per regeling en zijn niet zichtbaar op de loonstrook. Daarom is het belangrijk om vóór de verandering te checken wat voor u de gevolgen zijn.”
Stel deze vragen vóór je beslist
Werknemers die een andere baan overwegen of minder willen gaan werken, kunnen hun werkgever of pensioenuitvoerder onder meer de volgende vragen stellen:
- Is mijn pensioenregeling al overgegaan naar het nieuwe pensioenstelsel?
- Kom ik binnen mijn huidige regeling in aanmerking voor pensioencompensatie?
- Wat gebeurt er met die compensatie als ik vóór de overgang uit dienst ga?
- Heeft mijn nieuwe werkgever een pensioenregeling?
- Is de regeling van mijn nieuwe werkgever al overgestapt?
- Geldt daar een compensatieregeling voor nieuwe werknemers?
- Hoeveel minder pensioen bouw ik op als ik minder uren ga werken?
- Kan ik mijn pensioenopbouw vrijwillig voortzetten?
- Waar zijn de afspraken over compensatie vastgelegd?
Voorkom verrassingen achteraf
Een nieuwe baan of tijdelijk minder werken kan om allerlei redenen de juiste keuze zijn. De gevolgen voor het pensioen hoeven ook geen reden te zijn om van een verandering af te zien.
Wel is het belangrijk om vóór de beslissing te weten wat er verandert. Neem daarom contact op met de huidige pensioenuitvoerder en vraag de toekomstige werkgever om informatie over de aangeboden pensioenregeling. Algemene informatie is te vinden op Pensioenduidelijkheid.nl.
De persoonlijke gevolgen kunnen per regeling sterk verschillen. Alleen de werkgever en pensioenuitvoerder kunnen precies aangeven welke afspraken in een individuele situatie gelden.
Bronnen: Rijksoverheid – overgang naar het nieuwe pensioenstelsel, Rijksoverheid – recht op pensioencompensatie en Werken aan ons Pensioen – compensatie bij een baanwissel.