De aanwijzing van de Rodahal als rijksmonument is bijzonder nieuws. Het gebouw, ontworpen door architect Laurens Bisscheroux, krijgt daarmee landelijke erkenning vanwege zijn architectonische en cultuurhistorische waarde. Dat is iets om trots op te zijn.
Tegelijkertijd roept die monumentale status een andere vraag op: is de Rodahal behalve een beschermd gebouw ook nog steeds de toegankelijke ontmoetingsplek voor de inwoners van Kerkrade?
De hal werd ooit met publieke middelen gebouwd en vervulde jarenlang de rol van huiskamer van de stad. Verenigingen, carnavalsorganisaties, artiesten en inwoners kwamen er samen. Bij een aantal lokale organisaties leeft echter het gevoel dat het steeds moeilijker wordt om activiteiten in de Rodahal te organiseren. Zij wijzen daarbij vooral op de huurprijs en de bijkomende kosten.

De exploitatie van een grote evenementenhal brengt vanzelfsprekend hoge kosten met zich mee. Personeel, beveiliging, energie, techniek, onderhoud en horeca moeten worden betaald. Toch is het begrijpelijk dat verenigingen zich afvragen of de balans tussen commerciële exploitatie en maatschappelijke toegankelijkheid nog voldoende aanwezig is.
Ook de afspraken tussen de gemeente, de exploitant en horecaleveranciers roepen bij sommige inwoners vragen op. Welke verplichtingen vloeien daaruit voort? Hoe worden de tarieven bepaald? En hoeveel ruimte is er nog voor lokale verenigingen en niet-commerciële evenementen? Meer openheid daarover zou kunnen bijdragen aan een beter en eerlijker debat.
De succesvolle productie Het Geluk van Limburg heeft laten zien dat de Rodahal geschikt is voor grote en professionele producties. Dat is positief voor Kerkrade en voor de uitstraling van de hal. Tegelijkertijd mag commercieel succes er niet toe leiden dat lokale cultuurdragers het gevoel krijgen dat er voor hen minder plaats is.
Ook binnen de Kerkraadse vastelaovend spelen de kosten een steeds grotere rol. Organisaties moeten hogere uitgaven doorberekenen in hun toegangsprijzen. Daardoor dreigen traditionele evenementen voor een deel van het publiek minder bereikbaar te worden. Vooral voor ouderen en gezinnen met een kleinere beurs kan dat een probleem zijn.
Dat de traditionele Seniorenzietsong niet langer in de Rodahal wordt gehouden, is daarom meer dan alleen een verandering van locatie. Het is een signaal dat serieus genomen moet worden. Een zaal kan architectonisch van grote waarde zijn, maar haar maatschappelijke betekenis wordt uiteindelijk bepaald door de mensen die er gebruik van kunnen maken.
De erkenning als rijksmonument is dus terecht reden voor trots. Maar die erkenning zou ook aanleiding moeten zijn voor een breder gesprek. Wat willen de gemeente, de exploitant, de verenigingen en de inwoners met de Rodahal? Is er ruimte voor een maatschappelijk tarief? Kunnen lokale organisaties voorrang of ondersteuning krijgen? En kan er meer transparantie komen over kosten, afspraken en beschikbaarheid?
De Rodahal is een monument van steen. De uitdaging is om ervoor te zorgen dat zij ook een levend monument van de Kerkraadse gemeenschap blijft.
Opinie stuk door en foto’s: Peter Trompetter Fotografie
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.