Limburgers bestellen hun schnitzel zonder stress: nergens redt men zich beter in het Duits

LIMBURG – Een hotelkamer boeken, de weg vragen of in een Duits restaurant duidelijk maken wat je wilt eten: Limburgers lijken daar minder moeite mee te hebben dan andere Nederlanders. Ruim driekwart van de Limburgers zegt zich tijdens een vakantie in het Duits te kunnen redden. Daarmee scoort Limburg het hoogst van alle Nederlandse provincies.

Dat blijkt uit onderzoek van Wegenvignetten.nl onder 1.052 Nederlanders. De deelnemers moesten zelf aangeven in welke talen zij zich tijdens een vakantie voldoende kunnen redden. Het onderzoek zegt daarmee iets over hun eigen inschatting en is geen officiële taaltoets.

Duits zit bij Limburgers nog goed in het geheugen

Landelijk zegt iets meer dan de helft van de Nederlanders voldoende Duits te spreken om bijvoorbeeld eten te bestellen, in te checken bij een hotel of onderweg informatie te vragen. In Limburg ligt dat aandeel met ruim 75 procent aanzienlijk hoger.

Een mogelijke verklaring is de ligging van de provincie. Voor veel Limburgers bevindt Duitsland zich letterlijk om de hoek. Zij komen de taal tegen tijdens het winkelen, werken, tanken of uitgaan over de grens. Daarnaast vertonen verschillende Limburgse dialecten overeenkomsten met het Duits.

Ook inwoners van andere grensprovincies doen het relatief goed. In Overijssel en Groningen zegt ongeveer twee derde van de inwoners zich in het Duits te kunnen redden. Zuid-Holland en Flevoland blijven volgens het onderzoek duidelijk achter.

Frans en Spaans blijven lastiger

Limburgers scoren volgens de onderzoeksgegevens ook bij Frans en Spaans iets beter dan het landelijke gemiddelde. Ongeveer één op de zes inwoners van Limburg zegt zich in het Frans te kunnen redden. Spaans lukt bij ruim één op de acht Limburgers.

Landelijk beheerst ongeveer één op de acht Nederlanders voldoende Frans voor alledaagse situaties op vakantie. Voor Spaans is dat ongeveer één op de twaalf. Italiaans vormt een nog grotere uitdaging: slechts drie procent van de Nederlanders zegt hiermee uit de voeten te kunnen.

Engels blijft de veilige keuze

Engels is veruit de belangrijkste taal voor Nederlandse vakantiegangers. Ruim negen op de tien ondervraagden zeggen zich daarmee te kunnen redden. Ook in Limburg ligt dat aandeel rond de negentig procent.

Toch biedt Engels niet overal uitkomst. Bij een kleine camping, een lokaal tankstation, een parkeerautomaat of een restaurant buiten een toeristisch centrum kan kennis van enkele woorden Duits, Frans of Spaans veel verwarring voorkomen.

Volgens Wijnmalen van Wegenvignetten.nl is het niet nodig om voor vertrek nog snel een volledige taalcursus te volgen. “Een paar basiszinnen leren kan geen kwaad, zeker als je onderweg door meerdere landen rijdt.”

Voor Limburgers lijkt vooral de Duitse taal voorlopig weinig problemen op te leveren. Of het nu gaat om een hotelkamer, een routebeschrijving of die ene schnitzel: met handen en voeten uitleggen wat er wordt bedoeld, is in veel gevallen niet nodig.

Lees ook

Bron:

About The Author