30 Handen helpen Nepal 2019 – Dag 21

Gisteravond zaten we nog met een groepje gezellig na te tafelen in het restaurant dat hoort bij ons hotel, toen Valerie opeens op haar hele rustige, eigen kenmerkende manier zei: “Kijk eens, wat daar loopt!” Nou, toen ging het los! Binnen de kortste keren waren degenen die buiten zaten naar binnen gekomen om te kijken waar het harde gegil van enkelen van ons voor nodig was. Ook zij zagen toen de zwarte spin waarover we eerlijk moeten zeggen: “Zo’ne goeie hebben wij nog nooit gehad!” De spin, die net zo geschrokken was van ons als wij van hem, zette het op een lopen en dook pijlsnel weg achter de gordijnen en dat maakte het er niet beter op. Ondertussen was iedereen al opgesprongen om vol afschuw op zoek te gaan naar de spin, want wat was dat voor beest? Aan de reactie van velen te merken, leek het wel een leeuw te zijn. De arme eigenaar, die ook op het gegil was afgekomen, wist zich geen raad en probeerde de gemoederen te sussen door te zeggen dat er veel spinnen waren in de bergen en we ons daar niet zo druk over hoefden te maken. Hugo legde hem echter uit in het Engels dat dit niet zo maar een spin was, maar een reuze spin met het lijf zo groot als de onderkant van een glas en poten van zeker 5 centimeter. Bij deze beschrijving ging zelfs de man wat moeilijker kijken. Gelukkig gaven sommigen aan dat deze beschrijving wat overdreven was, maar dat het wel een hele, hele grote spin was voor Nederlandse begrippen. Doordat we op onderzoek gingen, vond Janneke hem even later en konden we licht op de spin laten schijnen. Hij had zich in een donker hoekje, achter het gordijn verstopt. Alle mobieltjes werden gelijk ter hand gepakt en druk werd er gefotografeerd. Onze eigen huisfotograaf wist hem ook in beeld te vangen, maar dat alles maakte nog niet dat we van de spin af waren. De sfeer was lacherig en de grapjes waren niet van de lucht toen we konden constateren dat het lijf niet de doorsnede had van een tomaat maar van een euro stuk. Tijdens het fotograferen kriebelden sommigen ineens aan een arm of een been van degenen die of stoer deden of juist erg angstig waren en dat maakte dat zij bijna in de lucht sprongen van angst. De uitgelaten stemming, die was ontstaan door de schrik, stopte nadat Vivian iedereen tot de orde riep en we daarna allemaal een drankje bestelden. Vivian zei nog tegen de eigenaar dat hij ons alle drukte niet kwalijk moest nemen, maar dat wij zo’n grote spinnen hooguit alleen in de dierentuin vinden, waar ze achter slot en grendel te zien zijn, op gepaste afstand. De foto werd naar Paul gestuurd, het broertje van Claire en Caro en expert in het bestuderen van insecten. Hij schreef dat het een jager was. Ietwat angstig vroegen we hem waar hij dan op jaagde en we waren gerust toen hij zei dat deze spin alleen insecten jaagde en de grotere versies ook nog op muizen. Op datzelfde moment kwam de eigenaar nog eens terug en zei: “Listen, it is a good sign in our country when you have spiders and mouses in your house!” Hij maakte het daarmee onbedoeld nog erger. De meeste meisjes waren nog aan het bijkomen van de spin en nu hoorden ze dat er ook nog muizen in het hotel zaten. Hij voegde er ook nog aan toe dat dit echt niet de enige spin was in zijn huis en dat we er misschien nog meer konden spotten. Opnieuw was de afkeer van sommigen op het gezicht af te lezen en daarom gaf hij een man de opdracht om de spin op te pakken en buiten de deur te zetten. Deze poging mislukte echter met als gevolg dat de spin het op een lopen zette en verdween onder de ijskast. Na dit spinnenavontuur hadden we het nog erg gezellig samen en kwamen de verhalen op tafel. We jaagden Teun, het broertje van Janneke en Eefke, nog de stuipen op het lijf met de foto van onze spin omdat hij een spinnenangst heeft en later dan normaal, voor ons doen, kropen we in onze heerlijke bedden om te dromen over spinnen.

Tenminste, dat was de bedoeling. Vanaf het moment dat we onze hoofden neervleiden op onze kussens, werd Avaya wakker en zijn toch al zo luide, lage stem schalde door het hele trappenhuis. Hij was niet te stuiten, zo opgewonden was hij dat hij hier verbleef. We gaven hem even wat speling om zijn onstuimige natuur kwijt te raken, maar toen grepen we in en kwamen we er achter dat onze twee Nepalese vrienden met Chitra en Sameer op één kamer sliepen en met zijn vieren twee bedden tot hun beschikking hadden. We benijdden ze niet, maar zij vonden het ontzettend gezellig. Voor de klok van twaalf was de rust gelukkig wedergekeerd in het hotel en lagen we al snel in dromenland. Aan het ontbijt hoorden we van Sameer dat Avaya bijna zijn hele familie had gebeld om te vertellen waar hij was. We lazen vandaag het zinnetje van Paul en het zinnetje van Sergio, de vriend van Maureen. Kort maar krachtig wensten beiden ons veel succes en plezier; en trots… dat zijn we zeker!
Wij ontwaakten vandaag in alle rust, zonder straat- of dierengeluiden. Dat was voor het eerst sinds we in Nepal waren en we kunnen jullie zeggen dat het een weldaad was voor onze oren. Sommigen van ons waren, vanuit gewenning, al vroeg wakker en genoten buiten van de stilte en het uitzicht. Dhulikhel is een zalige plek om te zijn. Geen stof, geen lawaai, geen drukte, maar in plaats daarvan frisse lucht, frisse wind, prachtig uitzicht en natuurlijk niet te vergeten: spinnen.

Na een heerlijk ontbijtbuffet besloten we erop uit te trekken en de wandeling te maken die Sameer gisteren al voorstelde. Vier jaar geleden maakten we deze wandeling ook, maar is deze tocht om meerdere redenen niet goed bevallen. De belangrijkste redenen waren toen dat we er al helemaal doorheen zaten van het harde werken in Thali, dat het bijna de hele tocht regende en we al glibberend onze weg moesten vervolgen en dat we met een steile trap begonnen, die 1000 treden telde. Al met al was deze tocht onder die condities geen succes geweest en was het, voor degenen die het eerste jaar mee waren, zeker niet voor herhaling vatbaar. Na afloop van die bewuste tocht kwam de meerderheid uiteindelijk uitgeput terug bij het hotel en was daarna tot niets meer in staat. Sameers voorstel om de hele tocht opnieuw te gaan lopen, werd gelijk van tafel geveegd en dus deed hij ons een ander voorstel waar we unaniem mee instemden. Hij zou om te beginnen de 1000 trappen van het programma skippen. Daarnaast zou Chitra ons verder doorrijden, waardoor de wandelroute verkort zou worden. Bovenal zouden we het op ons gemak doen en de tijd nemen. Zo stapten we even later vol goede moed in de bus om de eerder opgedane, negatieve herinnering te herschrijven door er een positieve ervaring voor in de plaats te zetten. Natuurlijk zullen we de eerste keer niet vergeten, maar hij krijgt niet meer het laatste woord, want we zijn Sameer dankbaar dat hij ons deze tocht nog eens voorschotelde, maar wel aanpast. Onderweg genoten we al van de omgeving, maar we wisten ook dat de echte pret nog moest beginnen. Op het aangegeven punt zette Chitra de bus aan de kant en stapten we uit. Chitra zelf bleef bij de bus en wij begonnen even later onze wandeling naar Namobuddha! Al lopende kwamen we het ene mooie vergezicht na het andere tegen. Vanuit de verte zagen we Namobuddha al liggen, waardoor we wisten dat het doel van onze tocht al in zicht was. Daar liepen we heen en daarna zouden we via een andere weg terug lopen.

Onderweg bouwde Sameer genoeg rustpauzes in en als een volleerde gids speelde hij ook goed in op het moment dat sommigen van ons klaagden over trillerige benen. Hij kocht de, voor ons zo welbekende, flessen cola en sprite en de daarbijhorende kleine, plastic bekertjes en zorgde er zo voor dat iedereen weer opgepept verder kon lopen.

We liepen op ons gemak en de zon kon geen vat op ons krijgen. Ondanks dat het erg warm was, waren er namelijk genoeg schaduwplekken waar we even op adem konden komen.

Vlakbij Namobuddha namen we nog een korte pauze, voordat we de laatste trappen zouden bestijgen om het klooster te bekijken. Vorige keer was deze trap een heel obstakel en zijn sommigen van ons bovenaan neergeploft om niet meer op te staan. Vandaag hadden wij hier gelukkig minder problemen mee. Onderaan de trap hing al een bordje waarmee bezoekers gevraagd werden rustig te zijn rondom het klooster. Avaya, die al de hele dag geplaagd werd met zijn luidruchtige nachtelijke capriolen, zette zich bij dit bord voor een leuke foto. Hijzelf wist zeker dat hij rustig kon zijn. Wij hadden iets meer twijfels, maar moeten toegeven dat hij zich inderdaad heel netjes gedragen heeft!

Eenmaal boven was iedereen nog in staat om een kort bezoekje te brengen aan het Namobuddha-klooster waar de boeddhistische monniken opgeleid worden. Daar aangekomen kon Vivian eindelijk de vlinder vereeuwigen waar ze al twintig dagen achteraan liep. Op het heiligdom ging hij ineens voor haar neus op een struik zitten en liet hij het toe dat ze een hele fotoshoot van hem nam. Van alle kanten liet hij zich uitgebreid bezichtigen en daar maakte ze graag gebruik van. Een boeddhistische monnik, die de vlinder zo rustig zag zitten, kwam naar haar toe en zei spontaan: “You are a very lucky person!”. Zij kon niets anders dan dit met hart en ziel beamen.

Het klooster zelf was echt de moeite waard om te zien. Indrukwekkend en imposant tegelijkertijd. Het klooster was vol met pracht en praal, kleurrijk versierd en gecombineerd met veel goud. Het was ten strengste verboden om te fotograferen of te filmen en daar hielden we ons netjes aan. Bij het naar buiten lopen, zagen we een heel groot insect met twee sterkte scharen op zijn hoofd, waarmee hij niet alleen grassprieten, maar ook takjes kon doorknippen. Sunil liet ons deze kunstjes zien, maar had zelf niet door dat dit insect kon vliegen. Toen het insect dus ineens opvloog, schrok Sunil, onder het slaken van een luide gil, net zo erg als de andere omstanders.

Toen we terug liepen, liepen we door het kleinere bergdorpje dat vlak voor Namobuddha ligt. Dwars door dit dorpje liep een weg, die de naam ‘weg’ eigenlijk niet waard is! We zagen menig motor slippen en een auto kwam zelfs vast te zitten. Het is bijna niet voor te stellen hoe de mensen in dit bergdorpje hier dag in, dag uit over moeten rijden en dat soms op blinkende witte schoenen. De weg naar Thali was hier niets bij en dit zette ons dagelijkse busrit dan ook erg in perspectief.

In het dorpje zelf lagen veel puinhopen met afval, waar de mooiste bloemen op groeiden. Onderweg keken we naar de levens van de dorpsbewoners. Zo zat er een vrouw de was te doen aan de kant van de weg. Net op het moment dat ze de was wilde uitwringen, kwam er een auto langsrijden, stoof het stof alle kanten op en kon de vrouw haar was opnieuw in een bak doen. Later zagen we een klein hokje aan de voet van een heuvel. Bij navraag hoorden we dat dit de watervoorziening was en dat veel vrouwen hier de was kwamen doen. Het is voor ons niet voor te stellen hoe deze mensen hun levens doorbrengen en we kunnen nu invulling geven aan het spreekwoord: “Klagen op gezonde benen!”. In de westerse wereld hebben we vaak zo veel, maar is menigeen op zoek naar meer gemak en meer comfort, waardoor we vaak niet stilstaan bij de kleine geluksmomentjes in het leven en dat terwijl mensen in andere delen van de wereld zo weinig hebben, maar toch zo vriendelijk, openhartig en open zijn!

Eenmaal terug bij de bus, merkten we dat de wandeling ons moe gemaakt had, maar wat hebben we ervan genoten. Eenmaal in het hotel aangekomen, zaten we gezellig bij elkaar. We lazen wat, genoten stilletjes van het uitzicht en kwamen bij! Nu pas merken we dat we lichamelijk moe zijn en dat we er geestelijk veel voor teruggekregen hebben wat we nog een plekje moeten geven! We hebben dan ook besloten morgen nog zo lang mogelijk in het rustige Dhulikhel te blijven voordat we terugrijden naar Kathmandu voor onze laatste nacht samen.

Tekst en foto’s 30 Handen helpen Nepal 2019 – Dag 21

 

 

 

 

 

Geef een reactie