Het WK verloopt vanaf het begin anders dan in eerdere jaren. Door de uitbreiding naar 48 deelnemende landen is het toernooi groter, drukker en onvoorspelbaarder geworden. Ook de ophef rond de rode kaart voor de Amerikaanse speler Folarin Balogun past in dat beeld.
Balogun kreeg rood in de wedstrijd tegen Bosnië-Herzegovina. Daardoor leek hij automatisch geschorst voor de volgende wedstrijd tegen België. Toch werd die schorsing later opgeheven, waardoor hij alsnog mocht spelen. Dat zorgde voor veel discussie.
Donald Trump gaf toe dat hij contact had gehad met FIFA-voorzitter Gianni Infantino. Volgens Trump vond hij de rode kaart een slechte beslissing, maar hij ontkent dat hij druk heeft gezet op FIFA. Ook FIFA houdt vol dat de zaak volgens de regels is behandeld.
De Belgen versloegen Amerika met 4-1 en plaatsten zich daarmee voor de kwartfinale. De terugkeer van Balogun hielp de Verenigde Staten dus uiteindelijk niet.
Door de Belgische overwinning is de sportieve uitkomst duidelijk, maar de discussie over de rode kaart blijft hangen. Critici vragen zich af of beslissingen binnen het voetbal volledig onafhankelijk blijven wanneer politiek en sport zo dicht bij elkaar komen.
Trump en FIFA zeggen allebei dat er geen sprake was van politieke inmenging. Toch laat deze affaire zien hoe gevoelig het WK is geworden. Eén rode kaart, één telefoontje en één opvallende beslissing waren genoeg om een groot debat los te maken.