Het verhaal van Mami: mijn zoon, een leven lang op zoek naar begrip

Door Peter Trompetter 

MAMI vertelt:

Mijn zoon werd in juli 1986 geboren. Hij leek op te groeien in een intact gezin, maar achter de voordeur was het leven niet altijd gemakkelijk. Al vanaf zijn eerste levensmaanden was hij een onrustig kind. Hij huilde uren achter elkaar en geen arts kon mij vertellen wat er met hem aan de hand was. Pas toen zijn oma mij adviseerde om hem kindermout te geven, kwam er verandering.

Mijn zoon was anders. Hij had een sterke eigen wil en liet die duidelijk merken. Dat leverde hem al vroeg zijn eerste stempel op: verwend nest. Op school volgde een tweede: onruststoker. Toch was hij geen vechtersbaas en zocht hij geen ruzie. Hij bekeek de wereld op zijn eigen manier, maar werd daarin lang niet altijd begrepen.

Tekenen en kleuren deed hij graag. Alleen hield hij zich niet aan de regels. Waarom moesten de kleuren zijn zoals anderen ze voorschreven? Voor hem mochten de bomen blauw zijn, het water rood en de hemel groen. Hij wilde zichzelf kunnen zijn, maar ook dat werd niet altijd begrepen.

Op school liep hij vast. Lezen en schrijven gingen moeizaam. Wekenlang oefende ik met hem, maar de vooruitgang die ik zag, werd niet altijd door de leerkrachten erkend. Uiteindelijk bleek uit onderzoek dat hij een achterstand van tweeënhalf jaar had op zijn leeftijdsgenoten. Na een lange strijd mocht hij naar het speciaal onderwijs. Daar werd hij geaccepteerd zoals hij was. Hij groeide en wist in vier jaar tijd zes schooljaren af te leggen.

Toch bleef het leven ingewikkeld. Ook thuis veranderde er veel. Later kreeg hij de diagnose ADHD. Hij was veertien jaar oud en begreep steeds minder van de wereld om hem heen. Ik wilde hem geen Ritalin geven. Therapie bood evenmin de hulp waarop ik had gehoopt. Het gevoel bleef dat er vooral naar zijn tekortkomingen werd gekeken en te weinig naar de jongen achter de diagnose.

Toen hij naar het mbo in Landgraaf ging om elektrotechniek te leren, kreeg hij opnieuw te maken met onbegrip. De school had een streng drugsbeleid, maar toen hij voor het eerst met een joint werd betrapt, volgde een schorsing. Ik moest vechten om hem op school te mogen houden. Het vertrouwen was beschadigd en begrip bleef naar mijn gevoel uit.

Ik zag dat mijn zoon steeds verder afgleed. Hij ontdekte dat een joint hem rust gaf. Later kwam hij ook in aanraking met zwaardere drugs. Zijn gedrag veranderde en de afstand tussen ons groeide. Ik hield van hem, maar kon zijn keuzes niet langer delen. Soms voelde het alsof ik mijn eigen kind niet meer herkende.

Achteraf kijk ik ook kritisch naar mezelf. Ons gezin had het moeilijk en alle drie mijn kinderen droegen hun eigen pijn. De oudste moest al vroeg zelfstandig zijn, terwijl de jongste veel medische zorg nodig had. Mijn zoon vond niet de ruimte en ondersteuning die hij nodig had. Ik neem mijn eigen fouten niet weg en probeer ze niet te verbergen. Ik weet dat ik destijds niet sterk genoeg was.

Jarenlang vond mijn zoon in Zuid-Limburg niet de hulp en het begrip waarnaar hij op zoek was. Hij trok naar het noorden, naar Eindhoven, Dordrecht en uiteindelijk Rotterdam. Hij werkte aan zichzelf, maar raakte ook opnieuw in moeilijkheden. Hij belandde meerdere keren op straat en moest dagelijks vechten om te overleven. Er waren conflicten met de wet. Ik ontken dat niet. Mijn zoon was geen lieverdje, maar hij was zoveel meer dan de fouten die hij maakte.

In 2020 veranderde er iets. Na een veroordeling waarbij zorg en begeleiding een rol speelden, leek er eindelijk meer ruimte te ontstaan voor zijn herstel. Hij was inmiddels vader van een zoon, die alles voor hem betekende. Ook al woonde zijn kind door omstandigheden niet thuis, hij hield contact met hem en belde hem wekelijks. Ook met mij, zijn zussen en enkele jeugdvrienden bleef hij via sociale media in contact.

Begin 2023 volgde opnieuw een zware klap. Vlak voordat hij zijn therapie succesvol leek af te ronden, raakte hij opnieuw dakloos. Deze keer was hij daar volgens mij niet zelf verantwoordelijk voor. Hij werd geslagen, bedreigd en beroofd en ontsnapte ternauwernood aan de dood. Met hulp van Straatzorg, het Leger des Heils en zijn bewindvoerder kreeg hij opnieuw onderdak en de kans om zijn leven op te bouwen.

Ik bleef hopen dat mijn zoon eindelijk rust zou vinden. Maar die hoop werd wreed verstoord. Onlangs overleed mijn zoon, slechts veertig jaar en 55 dagen oud. Kanker maakte een einde aan zijn leven.

Het verlies is voor mij nauwelijks te bevatten. Ook de manier waarop er tijdens zijn afscheid over hem werd gesproken, heeft mij diep geraakt. Ik had het gevoel dat hij opnieuw werd weggezet als de lastige, de drugsverslaafde en de dakloze die niet wilde luisteren. Juist daarom wil ik nu mijn verhaal vertellen. Niet om namen te noemen of mensen publiekelijk aan te vallen, maar om op te komen voor mijn zoon en voor anderen die in een vergelijkbare situatie verkeren.

Want mijn zoon was niet alleen iemand die fouten maakte en met verslaving en dakloosheid worstelde. Hij was ook een bijzonder mens, begaafd en creatief. Hij kon prachtig schilderen en keek op naar Bob Ross. Piano spelen leerde hij zichzelf. Volgens een vriendin uit zijn jeugd, die zelf ook weet wat het betekent om met moeilijkheden te leven, gebeurde er iets bijzonders wanneer hij achter de piano plaatsnam: dan viel alles even van je af.

Dat is de zoon die ik wil laten voortleven. Niet alleen de jongen die op school niet werd begrepen, de man die verkeerde keuzes maakte of degene die op straat belandde, maar ook mijn kind, de vader, de broer en de vriend die zoveel meer in zich had.

Mijn boodschap reikt verder dan mijn eigen verdriet. Mensen met psychische problemen, mensen die middelen gebruiken en mensen zonder een dak boven hun hoofd zijn in de eerste plaats mensen. Ze verdienen het om gezien en gehoord te worden. Niet alleen zijzelf, maar ook hun families hebben behoefte aan begrip, begeleiding en ondersteuning.

Ik weet dat ik als moeder fouten heb gemaakt. Ik probeer die niet te verbergen. Maar ik wil niet langer zwijgen over wat er volgens mij misging en over de mensen die naar mijn mening onvoldoende werden geholpen.

“Mijn zoon bleef tot het einde de schuld vaak bij zichzelf zoeken. Toch geloofde hij dat het kwade in de wereld ooit goed zou komen. Die gedachte wil ik vasthouden.

Voor mij was hij een held. Mijn eigen held.

Een bijzonder woord van dank gaat uit naar de begeleiders van Stichting Ontmoeting en het Leger des Heils, in het bijzonder De Dukdalf in Rotterdam. Zij waren er voor mijn zoon toen hij opnieuw moest proberen zijn leven op te bouwen.

Voor die inzet noem ik hen ware helden.

Ik wil dat mijn zoon niet wordt herinnerd om zijn problemen alleen, maar om de mens die hij was en om de strijd die hij zijn leven lang heeft gevoerd.”

“Ik zal hem nooit vergeten.”

Je lieve Mami 

Een heftig verhaal van een liefdevolle moeder die geen grip meer had op het leven van haar overleden zoon.

About The Author

Advertentie
Bekijk de actuele aanbiedingen van HEMA