De mens achter de burgemeester: Roel Wever over liefde, familie, muziek en wat echt telt

Door Lidia Carreno | Parkstad Actueel

Er wordt vaak gesproken over politici en bestuurders. Over hun besluiten, hun standpunten, wat goed gaat en wat volgens anderen anders moet. Velen hebben hun mening al klaar. Aan de keukentafel, onder vrienden, op het werk of online, waar woorden soms harder zijn dan wanneer mensen tegenover elkaar zouden zitten. Soms lijkt het alsof we vergeten dat achter iedere functie ook gewoon een mens schuilgaat. Iemand met een gezin, herinneringen, verdriet, humor, dromen en verlangens. Iemand die liefheeft, fouten maakt en probeert zijn weg te vinden in het leven. Net als wij allemaal.

Vanuit die gedachte ging ik voor Parkstad Actueel in gesprek met burgemeester Roel Wever. Om kennis te maken met de man achter het ambt.

Want wie is onze burgemeester nu als mens wanneer de deuren van het stadhuis sluiten? Wat raakt hem? Waar wordt hij gelukkig van? En welke dingen zijn voor hem werkelijk belangrijk in het leven?

Een openhartig gesprek over familie, muziek, verlies, rechtvaardigheid en romantiek.

De man achter de ambtsketen

Wie is Roel Wever als hij niet aan het werk is?

“Roel Wever is de echtgenoot van Miranda, vader van vijf kinderen, inmiddels opa van vijf kleinkinderen, de zesde op komst.”

Een man met een rijk gezinsleven. Zijn eerste antwoord gaat niet over zijn carrière of zijn verantwoordelijkheden. Hij begint bij zijn gezin. Het burgemeesterschap vraagt veel tijd, vertelt hij, ook in de weekenden. Daarom probeert hij de momenten waarop hij vrij is zoveel mogelijk aan zijn gezin te besteden.

“Als we een keer ruimte hebben in de weekenden, is het ook wel even snel de kinderen opzoeken, want anders verlies je ook het contact met je gezin.”

We praten ook over zijn honden. Tot voor kort waren er twee, Lena en Luna. Elena werd ernstig ziek en overleed onverwacht. Hij vertelt erover en ook over het verdriet dat herkenbaar is voor iedereen die ooit een dier heeft verloren.

“Dat zijn ook gezinsleden, hè, die honden.”

Lichtkunst met de naam Heerlen in het stadscentrum. Foto: Lidia Carreno Photography.

Geluk hoeft niet groots te zijn

Waar wordt u echt gelukkig van?

Onze burgervader houdt van wandelen en wintersport. Vooral die ene week per jaar op de ski’s is voor hem echt een moment om werkelijk afstand te nemen van het werk.

“Ik vind mijn werk heel erg leuk, maar het kost wel veel tijd. Samen met mijn vrouw of gezin tijd doorbrengen is altijd fijn en vind ik ook heel belangrijk. Het is gewoon quality time.”

De fontein bij Theater Heerlen aan het Burgemeester van Grunsvenplein. De waterpartij met De Zonneruiter dateert uit 1971. Foto: Lidia Carreno Photography.

Waarom wilde u eigenlijk burgemeester worden?

“Dat vind ik eigenlijk wel een mooie vraag. Nou, ik woonde al in Heerlen vanwege een verhuizing voor een baan in Kerkrade. Ik kom oorspronkelijk uit Amsterdam. Na mijn studie heb ik een aantal banen gehad en daarna, in 1995, ben ik naar Heerlen verhuisd.

En ik vond Heerlen een geweldige stad. Mijn kinderen zijn er opgegroeid en hebben een fijne jeugd ervaren. Ik zag natuurlijk ook wel dat het een stad is waar veel uitdagingen waren, maar tegelijkertijd zag ik ook ontzettend veel kansen.

Nadat ik vijftien jaar directeur was bij het bedrijf waar ik werkte, had ik daarom op een gegeven moment zoiets: ik wil iets gaan doen waardoor ik zelf kan bijdragen aan de stad. En dat ik dit nu mag doen in mijn eigen stad, vind ik fantastisch.”

Wat maakte dat u de stad mooi vond?

“Kijk, wat je ziet, het heeft twee kanten. Dit is niet een stad waar je rustig achterover kunt leunen en denken dat het allemaal wel vanzelf gaat, en in het weekend een keer wat openen en leuk burgemeestertje spelen. Dit is wel een stad waarvan ik direct zag: hier moet ook wat gebeuren.

Toen ik hierheen kwam, had de stad natuurlijk ook die naam vanwege alle drugsproblematiek, verslavingen en alles wat daarmee samenhangt. Maar tegelijkertijd lagen er toen al mogelijkheden in de stad.

Het onderwijs is gewoon verschrikkelijk goed. Dat zie je nu ook als je kijkt naar wat er gebeurt. We hebben goed basisonderwijs, goed voortgezet onderwijs en een hartstikke goede hogeschool. Je ziet dat de eerste studenten van de universiteit naar de stad komen.

Kortom, dat zijn gewoon fantastische ontwikkelingen. Je ziet het nu ook aan de economie. Toen ik hier kwam, was Avantis een grote vlakte. Nu hebben we op een paar plekken na alles vol zitten met hele goede bedrijven.

Dus ik zag die beide kanten. Ik zag wat er aangepakt moest worden aan de achterstanden en de problemen die er speelden. En ik snapte ook de mopperende mensen over de stad. Maar ik hoop wel dat ze ook de veranderingen en de positieve dingen blijven zien.”

Eigenlijk gaat het nu weer te veel over de politiek en niet over de mens. Laten we verdergaan met de persoonlijke vragen.

Carnaval in Heerlen: een traditie die de stad verbindt. Foto: Lidia Carreno Photography.

Wanneer voelde Heerlen na uw verhuizing uit Amsterdam eigenlijk echt als uw thuis?

“Ik voelde mij al heel snel thuis in Heerlen. Het voelde gewoon goed en het belangrijkste is eigenlijk dat ik zag dat mijn kinderen goed opgroeiden. Ze hebben goed onderwijs gekregen en zijn allemaal goed terechtgekomen.

Ze zijn hier uitgegaan, hebben hier carnaval gevierd en hebben een hele plezierige jeugd beleefd. Dat helpt voor ouders wel veel om je ook thuis te voelen in een stad. Dat maakt wel een verschil.”

Van welke muziek houdt u eigenlijk?

“Dat kan echt alle kanten opgaan. Van Franse chansons in de zomer tot Coldplay en klassieke muziek. Ik kan ook erg genieten van concerten in de schouwburg. Ik vind heel veel filmmuziek mooi. Bijvoorbeeld Ennio Morricone kan mij erg raken.”

Dus als het je raakt, dan raakt het je?

“Ja, absoluut. Maar als Amsterdamse jongen kan ik ook heel erg geraakt worden door en genieten van ‘Kleine jongen’ van André Hazes.”

Houdt u dan van elk genre? Luistert u ook naar punk?

“Haha, nee, dat helemaal niet. Al dat harde is niks voor mij. Ook van hardrock hou ik niet.”

Maar hardrock heeft soms ook ballads en rustige, melancholische tonen.

“Ja, dan vind ik het wel weer mooi. Ik hou gewoon alleen niet zo van dat extreem harde.”

Welk nummer raakt u het meest? Waar zou u emotioneel van kunnen worden?

“Dat is ‘Kleine jongen’ van André Hazes. Dat is al vanaf dat mijn zoon is geboren. En het grappige hieraan is dat mijn oudste zoon dit weer hoorde toen zijn zoon werd geboren. Dit is een nummer dat bij ons wel in de familie zit.”

De Weltervijver in Welten, Heerlen. Foto: Lidia Carreno Photography.

En hoe komt het dat dit nummer jullie raakt? Herkent u zichzelf erin?

“Ja, ook. Maar ook door hoe snel alles gaat in het leven. Het nummer gaat erover: geniet ervan zolang je klein bent, want voor je het weet ben je groot. Dat zie ik zelf ook bij mijn eigen kinderen en nu kleinkinderen. Het gaat zo ontzettend snel allemaal. Genieten is bijna een kunst.”

Is muziek het enige waar u van geniet? Of gaat u ook graag naar het theater of andere culturele activiteiten? Wat vindt u nog meer leuk?

“Ik vind naar het theater gaan ook hartstikke leuk. Ik ga heel graag naar ons eigen theater ook. Ik kan ontzettend genieten van Cultura Nova bijvoorbeeld. Die voorstellingen die daar komen. Geweldig. Daar kan ik echt van genieten.

En eigenlijk ben ik wel echt een hele grote fan van cultuur in het algemeen geworden, merk ik. Zo mag ik bijvoorbeeld binnenkort samen met mijn collega in Aken het Dutch Mountain Film Festival openen. Dat is weer een apart stukje cultuur, rondom de filmindustrie. Dat vind ik ook hartstikke leuk.

Ook ieder jaar in maart het schrit_tmacher Festival. Dan word ik ook echt elke keer weer verrast. Soms met voorstellingen waarvan je denkt: poeh, ingewikkeld. En soms met fantastische voorstellingen. Dan denk ik: wauw, geweldig om mee te maken.”

Kleurrijke kunst en verbeelding tijdens een cultureel evenement in Heerlen. Foto: Lidia Carreno Photography.

U houdt dus wel van creativiteit en kunst in elke vorm?

“Ja!”

Zijn er ook voorstellingen geweest die u zijn bijgebleven, waar u nog weleens aan denkt?

“Ja, maar er zijn er wel meerdere. Ik weet niet altijd goed de naam meer, maar er was een keer een voorstelling, een paar jaar geleden bij Cultura Nova, een soort band. Die mensen hadden allemaal bepaalde kleding aan. Een Amerikaanse bigband of zo? Maar daar zat tegelijkertijd een soort moderne, technische muziek bij. Dat was zo opzwepend en zo groots dat ik dacht: wauw. Dat was echt heel apart en bijzonder.

Maar ook dit jaar hadden we bijvoorbeeld een trio uit San Francisco. Die hadden een speciale voorstelling gemaakt voor Cultura Nova. Normaal traden zij alleen maar op met muziek, maar nu hadden zij ook beelden laten maken bij het optreden. Het laatste nummer ging over de Armeense genocide.

Dat was zo emotioneel. Mensen vertelden later aan me dat ze de haren overeind hadden staan. Zo diep raakte het.

Maar ja, het zijn er zoveel die mij bijblijven. Ook de eerste keer dat ik hier het Koninklijk Concertgebouworkest zag. Dat is gewoon genieten van de kwaliteit die dan in zo’n zaal wordt neergezet.

En het mooie is: in de pauze zei de directeur tegen mij: loop eens met mij mee. Toen liepen we naar de andere kant, naar de andere zaal. Nou, de eerste deur ging open en ik hoorde het al dreunen. De tweede deur ging open en daar staan gewoon achthonderd mensen keihard mee te swingen en te genieten bij Kraantje Pappie.

Fantastisch vind ik dat. Dat gewoon in één theater twee totaal verschillende genres en doelgroepen kunnen genieten. Ik kan alleen maar trots zijn als ik daaraan denk, dat dit plaatsvindt in onze stad.”

Theater Heerlen aan het Burgemeester van Grunsvenplein. Foto: Lidia Carreno Photography.

Kunnen we de vraag stellen welke culturele instelling uw favoriet is, of is dat stom? Misschien voelen anderen zich dan gepasseerd.

“Nee, stom is het niet, maar weet je wat het is: we hebben gewoon ook zo’n breed cultureel aanbod.

Ik was vorige week met het college op werkbezoek bij de bouw van het nieuwe Romeins Museum. Nou, als je dat toch ziet en hoeveel liefde, toewijding en kwaliteit daarin gestoken wordt. Dat is ook gewoon een pareltje van cultuur.

Toen mijn eigen kinderen klein waren, was het maar een relatief saaie badconstructie waar je naar kon kijken. Maar als ik nu zie wat het gaat worden en hoe het hele verhaal erachter verteld kan worden, vind ik dat zo mooi om te zien.

Maar ook de Nieuwe Nor, die voorziet in de behoefte van een hele brede doelgroep jongeren. Dat vind ik fantastisch. Of bijvoorbeeld wat we nu gaan doen met de Royal en Rivoli, waar ik ook, net als velen, met mijn kinderen de eerste films heb gekeken. Dat is ook weer voor een bepaalde doelgroep. Ik vind dat juist zo mooi. Die diversiteit.”

Heerlen in beweging: bezoekers en voorbijgangers bij de spooronderdoorgang. Foto: Lidia Carreno Photography.

Wie is uw superheld of voorbeeld eigenlijk?

“Ehm, nou, het grappige is: daar heb ik eigenlijk niet zoveel mee. Ik heb nooit gehad: zo wil ik ook zijn.”

Oké, misschien moet ik de vraag anders stellen. Is er iemand in uw eigen leven – het hoeft niet per se een held te zijn – die u als voorbeeld zag, of van wie u dacht: dat wil ik ook doen of zijn?

“Ja, dat zit niet zo in mij. Ik wil gewoon het beste uit mezelf halen. Ik denk dat dat het belangrijkste is. Maar je hebt inderdaad natuurlijk wel dat je luistert naar mensen, leert van anderen en dingen ziet. Zo van: daar ben ik het wel mee eens of daar kan ik mij goed in vinden.

Zo ben ik absoluut onder de indruk van Gandhi en Nelson Mandela. Dat zijn natuurlijk fantastische mensen. Maar we leven in een ander tijdperk, met andere problemen, dus dat kun je niet zomaar overnemen.

Je kunt wel kijken naar de manier waarop zij vrede en het samenleven met anderen centraal stelden. Dat is iets wat ik ook moet doen in mijn beroep, dus dat neem ik dan zeker wel mee.

En ik heb ook ontzettend veel van mijn vader weg. Die was heel erg rechtvaardig. En zo wil ik ook iedereen behandelen. Je neemt denk ik altijd stukjes mee van mensen in je leven.

Ook in mijn werk heb ik veel met andere gemeenten samengewerkt. Zo neem je ook van andere burgemeesters weer stukjes mee. Die kent niet eens iedereen. Zo kende ik Ronald Bandell, een voormalige burgemeester van Dordrecht. Een fantastisch mooi mens, inmiddels al een hele tijd overleden. Heel menselijk, heel toegankelijk, heel open. Iemand die de goede toon wist te vinden.

Zo heb je meerdere mensen. Ik heb ook enorm genoten van de samenwerking met de huidige commissaris van de Koning in Friesland, Arno Brok. Ook een supermooi mens.

Ja, zo pik je inderdaad wel wat op van mensen. Maar ik zal nooit iemand imiteren. Dat werkt ook gewoon niet. Ik kan Nelson Mandela niet nadoen, Arno Brok niet en ook mijn vader niet.”

De historische Weltermolen in Welten, bij de Weltervijver. Foto: Lidia Carreno Photography.

U bent best een puur mens, hè?

“Ja, weet je, je probeert wel gewoon altijd het goede te doen. Maar tegelijkertijd besef en weet ik ook dat ik het gewoon niet altijd voor iedereen goed kan doen. Het is onmogelijk om 88.000 inwoners elke dag tevreden te houden. Die realiteit voor ogen houden is gewoon heel belangrijk.

En ik heb ook zeker mijn momenten waarvan ik denk: had ik dit niet beter zo of zo kunnen of moeten doen? Dan kauw ik er vooral zelf heel erg op. Maar de kracht is dan vooral om te kijken hoe je het een andere keer beter kunt doen.”

Net zoals je vaak bij andere bekende mensen ziet, bijvoorbeeld bij een artiest, kunnen mensen al snel een hekel aan je krijgen. Alleen al omdat je bekend bent en mensen iets hebben gevonden waarop ze hun frustratie kunnen uiten. Zoals je vaak online ziet. Het burgemeesterschap vraagt dan denk ik ook om een sterke mentale instelling, als ik dat zo mag inschatten?

“Ja, dat klopt. En ook uitkijken dat je niet geleefd wordt.”

Komen we toch weer bij de helden, alleen nu bent u er zelf een. Als u alle middelen en mogelijkheden had die u zich maar kunt bedenken, wat zou u dan doen?

De burgemeester zucht.

“Ja jongens, dan was er in ieder geval geen oorlog meer. Als je toch ziet wat er allemaal gaande is. Er vallen zoveel onschuldige slachtoffers door al die oorlogen. En dan heb ik het nog niet eens over de oorlogen in Afrika, waar niemand meer aandacht aan besteedt.

O, als ik dan toch alle macht heb, dan haal ik ook direct alle honger uit de wereld. Maar helaas. Dit soort mogelijkheden heb ik zelf niet. Dat is wel wat ik zou willen.

We leven in zo’n goed land. Je zou op zijn minst willen dat iedereen in de wereld op hetzelfde welvaartsniveau als Nederland kon leven. Ja, ik weet dat ik met deze uitspraak mensen tekort kan doen die het hier ook niet makkelijk hebben.”

We gaan weer verder, want nu gaat het gesprek weer richting de politiek. Dat is ook lastig, want het merendeel van zijn tijd is hij nu eenmaal aan het werk als burgemeester, met alle verantwoordelijkheden die daarbij horen.

Wat is uw favoriete film?

“Dat is ‘Once Upon a Time in the West’”, zegt hij direct.

Waarom is dat zo?

“De combinatie van de beelden en de muziek vooral. Dat is zo gigantisch knap. En de rust en het tempo van de film.

Als je de film nog nooit gezien hebt, duurt het zo lang voordat je de plot doorhebt. Dat vind ik heel goed in elkaar gezet. Echt een aanrader.”

Wat is uw favoriete boek? Of welk boek heeft indruk gemaakt?

“Dat was Papillon.”

Waar gaat het boek over?

“Het gaat over een Franse man die veroordeeld wordt voor een heel klein vergrijp. Uiteindelijk wordt hij daarvoor door de Fransen gevangengezet op Duivelseiland, ongeveer voor de kust van Zuid-Amerika. Met het meest vreselijke regime. Daar probeert hij continu te ontsnappen en uiteindelijk lukt het hem.

Maar de beschrijving… Je voelt gewoon de ontreddering, de ellende, de armoede en de paranoia. Hoe die gevangenis in elkaar zit. Er is overigens ook een goede film van gemaakt.”

Wat is uw guilty pleasure?

Hier moet de burgemeester even over nadenken.

“Ja, eigenlijk het enige wat ik mij kan bedenken, is een glas wijn dat ik drink als ik met Miranda op de bank zit. Ik heb niet echt dat ik bijvoorbeeld te veel chocolade eet. Ik probeer echt goed daarop te letten.

Weet je wat het is: ik heb vooral een zittend beroep. Dan kun je echt niet te veel guilty pleasures hebben. Dan ben je zo te dik.

Ik zou eigenlijk zeggen, hoe gek dat ook klinkt: in het weekend lekker naar de sportschool gaan is mijn pleasure. Ik vind het heerlijk om daar te zijn. En als ik dan klaar ben, denk ik: kijk, ik heb het toch maar weer gedaan.”

Ook tijdens vergaderingen probeert hij de verleiding te weerstaan. Als er koekjes op tafel staan en zijn collega’s eraan beginnen, zegt hij: “Doe het niet, laat het nou staan.”

Waar kunt u ontzettend om lachen?

“Ja, een van de eerste dingen die ik echt leuk vond en waar ik hard om kon lachen, was de cabaretier Wim Kan. Die zullen veel jongeren wel niet kennen, maar in mijn tijd, toen ik nog jong was, vond ik hem fantastisch.

Hij had ook veel politieke grappen. En ik vond politiek toen al leuk. Ik heb ook de tijd van Wiegel en Van Agt meegemaakt. Het was gewoon grappig. Hij kon dat echt vreselijk goed neerzetten. Daar kon ik dan echt vreselijk om lachen.

Ik heb nog steeds wel dat ik sommige cabaretiers fantastisch vind. Maar ik kan nu niet iemand noemen die ik recent heb gezien.

Ik ga natuurlijk wel naar de voorstelling van Claudia de Breij in Heerlen. Daar kijk ik eigenlijk wel naar uit. Wat zij gaat brengen voor de oudejaarsconference. En die wordt gewoon hier in het theater opgenomen, hè.”

Hij vertelt er met enthousiasme over.

“Ook kan ik natuurlijk heel erg genieten van mijn kleinkinderen en lachen we samen regelmatig. Dat zit ook gewoon in de kleine dingen. Hier op kantoor lachen we ook vaak. Je moet overal de humor van kunnen inzien en er soms ook gewoon het beste van maken.”

Kasteel Hoensbroek, een van de bijzondere historische plekken van Heerlen. Foto: Lidia Carreno Photography.

Waar is uw favoriete plekje in Heerlen?

De burgemeester moet lachen.

“Nou, als je om je heen kijkt, zie je dat ik wel op het mooiste plekje van Heerlen mag werken. Misschien wel de mooiste werkkamer van Nederland.”

Hij vertelt ook over kunstenaar David Bade, die beneden in het stadhuis portretten van collegeleden aan het maken is.

“Ik moet ook zeggen dat ik Kasteel Hoensbroek echt heel erg mooi vind. Dat je zo’n stuk geschiedenis in je stad hebt liggen. Het is door het publiek gewaardeerd als het mooiste kasteel van Nederland.

De ligging is fantastisch. De carnaval in Hoensbroek maakt daar optimaal gebruik van. Dat vind ik zo mooi. In januari is daar ook weer de prinsenproclamatie.

Ik vind het gewoon een heerlijke omgeving en dat is echt een van mijn favoriete plekken. Maar ja, zoals ik eerder zei: er zijn er wel meer.”

U bent best een romantisch persoon, hè?

“Haha, dat weet ik niet. Dat moet u aan mijn vrouw vragen”, lacht de burgemeester.

Zoals u vertelt over de dingen die u mooi vindt, en ook over uw vrouw en de tijd die u graag met haar doorbrengt. Ik denk wel dat u dat bent. Mag ik dat opschrijven?

“Ja, natuurlijk. Tegelijkertijd ben je ook gewoon heel zakelijk. Maar voor mij zijn dat wel belangrijke dingen. Naast het feit dat je gewoon je werk doet, hoort dit er voor mij heel erg bij.”

Hij vertelt ook dat hij de president van de carnavalsvereniging meeneemt en de vereniging graag in de schijnwerpers zet.

“Omdat ik daar zelf ook heel veel plezier en lol in heb. Het gemeenschapsleven is natuurlijk gewoon hartstikke belangrijk. Maar dan moet er vanuit de gemeenschap wel iets georganiseerd worden. Zo’n vereniging kan dat heel goed. Op die manier probeer ik dat dan weer in beeld te brengen.”

Waar reist u eigenlijk graag naartoe?

“Buiten de skivakanties ga ik heel graag naar Azië. Heerlijk rondreizen. Thailand hebben we gedaan en Indonesië, meerdere keren.”

Bent u daar ook bij die trein geweest?

“Ja, daar zijn we ook geweest.”

Cultura Nova 2026 in Heerlen, met een opvallend rood kunstwerk. Foto: Lidia Carreno Photography.

Samen voor de stad

Waar bent u het meest trots op als burgemeester van Heerlen?

“Eigenlijk wel dat we ons aan alle kanten, als een soort Baron von Münchhausen, aan onze haren uit de modder aan het trekken zijn.

Dat doen we op het gebied van het sterker maken van onze economie. Dat doen we met al die kennisinstellingen en de campus, door die hier te laten groeien. Dat doen we door het centrum te ontwikkelen. Maar dat doen we ook door de aanpak in Heerlen-Noord, om achterstanden weg te werken.

Als we dat gezamenlijk maar blijven volhouden, dan zie je dat we vooruitgaan.

Als ik kijk naar 31 jaar geleden, toen ik hier kwam, en naar waar we nu staan, dan zie je toch dat er vooruitgang is. En dat is geen verdienste van mij. Dat is de verdienste van een heleboel instellingen, bedrijven, raadsleden, wethouders en voorgaande burgemeesters. Daar kun je alleen maar heel trots op zijn.”

Hij benadrukt dat hij dit niet alleen doet. De vooruitgang van de stad is iets waar veel mensen samen aan hebben gewerkt en nog steeds aan werken.

Wat hoopt u nog in uw tweede termijn te bereiken?

“Als ik aan het einde van deze termijn stop, wil ik dat we kunnen zien dat onze inwoners die het moeilijk hebben, het iets beter hebben gekregen.

Daar zit je voor, vind ik, als bestuurder. Zorgen dat mensen het gemiddeld genomen iets beter krijgen. Dat verdienen de mensen in deze stad gewoon.”

Grote karakteristieke boom in Heerlen met zonlicht tussen de takken, gefotografeerd door Lidia Carreno
De monumentale plataan bij de Eikendermolenweg in Heerlen, bekend als de ‘dikke eik’. Foto: Lidia Carreno Photography.

Romantiek als een manier van kijken

Tijdens het gesprek valt het woord romantiek. Hij lacht er eerst om. Dat moeten we maar aan zijn vrouw vragen. Toch is het een woord dat past bij de manier waarop hij vertelt.

Romantiek kan ook zitten in hoe je naar het leven kijkt. In geraakt worden door muziek. In een verhaal dat je niet loslaat. In de schoonheid van een oud kasteel, een avond in het theater of een glas wijn op de bank met degene van wie je houdt. In beseffen dat je kinderen snel groot worden en dat de tijd die je samen hebt kostbaar is.

Die gevoeligheid loopt door ons gesprek heen. Het lied dat hem raakt sinds de geboorte van zijn zoon, en later ook zijn zoon bij de geboorte van een nieuw kind. De muziek bij beelden van de Armeense genocide. Het boek waarin hij de ellende en ontreddering van een ander bijna kan voelen. Zijn verdriet om de hond die bij het gezin hoorde. Het zijn persoonlijke voorkeuren en herinneringen, maar samen laten ze ook iets zien van de man die hier tegenover me zit.

Wat bij mij achterblijft, is de indruk van een lieve, betrokken man. Iemand die het beste met mensen voorheeft en een oprecht hart heeft voor zijn stad. Die met plezier vertelt over wat er goed gaat, maar net zo goed denkt aan de mensen die daar nog te weinig van merken.

Hij weet dat hij niet iedereen tevreden kan stellen. Dat zegt hij zelf ook. Soms twijfelt hij achteraf aan een keuze en vraagt hij zich af of het anders had gekund. Dan wil hij ervan leren en het de volgende keer beter doen.

Zakelijk zijn en vanuit je hart handelen kunnen heel goed samengaan. In dit gesprek lijkt dat voor hem vanzelfsprekend. Er moet gewerkt worden, er moeten keuzes worden gemaakt, maar uiteindelijk gaat het om de mensen voor wie je dat doet.

Misschien zegt zijn laatste antwoord daarom nog het meest. Na alle verhalen over zijn gezin, muziek, kunst en herinneringen komt hij terug bij de inwoners die het moeilijk hebben. Als zij het aan het einde van zijn termijn iets beter hebben gekregen, is er voor hem iets wezenlijks bereikt.

“Dat verdienen de mensen in deze stad gewoon.”

Dit is Roel Wever.

Lees ook: Roel Wever over kansen en zorgen voor Parkstad en de herbenoeming van burgemeester Roel Wever.

About The Author

Advertentie
Bekijk de actuele aanbiedingen van HEMA