Kunstmatige intelligentie kan teksten schrijven, informatie samenvatten en helpen bij het maken van computercode. Daardoor veranderen ook werkzaamheden. Maar wat kan AI precies overnemen, waar blijven mensen nodig en wat moeten we leren om ermee te werken?
AI staat voor artificiële intelligentie, oftewel kunstmatige intelligentie. Het is een verzamelnaam voor systemen die bijvoorbeeld patronen herkennen, voorspellingen maken of inhoud genereren. Een bekende vorm is generatieve AI: software die op basis van een opdracht een tekst, afbeelding of ander resultaat maakt.
Op de werkvloer kan die technologie dienen als hulpmiddel. Een medewerker kan bijvoorbeeld een eerste opzet voor een e-mail laten maken of een lang document laten samenvatten. De medewerker bepaalt vervolgens of het resultaat klopt en geschikt is om te gebruiken.
Een baan bestaat uit verschillende taken
Om de invloed van AI te begrijpen, helpt het om naar afzonderlijke werkzaamheden te kijken.
Een administratief medewerker verwerkt bijvoorbeeld gegevens, beantwoordt vragen, controleert documenten en bespreekt uitzonderingen met collega’s. AI kan bij sommige onderdelen helpen. Daarmee is nog niet de hele functie geautomatiseerd.
Hetzelfde geldt voor andere beroepen. Een programma kan een eerste tekstvoorstel maken, maar iemand moet nog bepalen wat de boodschap is, welke informatie betrouwbaar is en of de tekst bij de situatie past.
De Internationale Arbeidsorganisatie onderzocht in 2025 welke werkzaamheden mogelijk door generatieve AI worden beïnvloed. De onderzoekers verwachten bij veel beroepen vooral een verandering van taken, doordat menselijke inzet nodig blijft. Dat sluit banenverlies niet uit, maar maakt duidelijk waarom automatisering van een taak niet automatisch betekent dat een complete baan verdwijnt. Bron: ILO over generatieve AI en banen.
Welk werk kan gemakkelijker veranderen?
Volgens UWV zijn routinematige werkzaamheden relatief gemakkelijk te automatiseren. Vooral bij kantoorwerk met veel taal en gegevens kan er veel veranderen, zoals het beantwoorden van standaardvragen en het schrijven van teksten.
Bij fysieke beroepen en persoonlijke dienstverlening, zoals installateurs, lassers en verzorgenden, heeft AI volgens UWV momenteel minder invloed. Ook daar kunnen digitale hulpmiddelen een rol spelen, maar de uitvoering vraagt andere vaardigheden dan het maken van een tekst of het verwerken van gegevens. Bron: UWV over trends die de arbeidsmarkt veranderen.
Waarom mensen moeten blijven controleren
Een bruikbaar AI-resultaat begint met een duidelijke opdracht, maar vraagt ook om beoordeling achteraf. Begrijpt het systeem de vraag goed? Is de informatie juist? Ontbreekt er iets dat voor deze situatie belangrijk is?
Stel dat een medewerker een klacht van een klant laat samenvatten. De samenvatting kan helpen om snel overzicht te krijgen. De medewerker moet wel controleren of de belangrijkste punten erin staan en vervolgens bepalen welke reactie passend is.
Daarom blijft vakkennis belangrijk. Wie het onderwerp begrijpt, kan beter beoordelen of een antwoord of voorstel deugt. UWV benadrukt dat digitale en kritische vaardigheden, communicatie en samenwerken belangrijker worden naarmate AI meer werkzaamheden ondersteunt. Bron: UWV over kansen en bedreigingen van AI.
Wat moeten werknemers leren?
Leren werken met AI gaat verder dan weten op welke knop je moet drukken. Het vraagt om inzicht in het hulpmiddel en in je eigen werk.
Belangrijke vaardigheden zijn:
- Een duidelijke opdracht geven: uitleggen wat je nodig hebt, voor wie en met welk doel.
- Het resultaat beoordelen: controleren of informatie klopt en of het antwoord volledig is.
- Zorgvuldig omgaan met gegevens: weten welke informatie je volgens de afspraken van je organisatie mag invoeren.
- Je eigen kennis gebruiken: herkennen wanneer een voorstel niet past bij de praktijk.
- Blijven oefenen: ontdekken bij welke werkzaamheden AI helpt en waar het weinig toevoegt.
UWV noemt scholing en begeleiding daarom belangrijk. Werknemers kunnen leren via cursussen, maar ook door op de werkplek te oefenen en ervaringen met collega’s te bespreken. Bron: UWV, ‘Gebruik van AI neemt sterk toe’.
Kan AI zorgen voor nieuwe werkzaamheden?
Wanneer een organisatie AI invoert, ontstaan ook werkzaamheden rond het gebruik ervan. Er moet bijvoorbeeld worden gekozen welke toepassingen geschikt zijn, hoe resultaten worden gecontroleerd en hoe medewerkers ermee leren werken.
Dat hoeft niet altijd een nieuwe functie te worden. Zulke verantwoordelijkheden kunnen ook onderdeel worden van bestaande banen. Een medewerker die eerder vooral informatie verwerkte, kan bijvoorbeeld meer tijd besteden aan controle of aan het behandelen van ingewikkelde vragen.
Hoe dit uitpakt, verschilt per werkgever. AI kan tijd besparen, maar organisaties moeten ook besluiten wat zij met die tijd doen en welke kennis zij willen behouden.
Hoe ziet de toekomst van werk eruit?
Er is geen vaste einddatum waarop AI het werk volledig heeft veranderd. De technologie ontwikkelt zich, en organisaties gebruiken haar op verschillende manieren.
Sommige taken zullen minder tijd kosten. Andere werkzaamheden kunnen verdwijnen of juist belangrijker worden. De gevolgen hangen af van wat technisch mogelijk is, wat betrouwbaar werkt en welke keuzes werkgevers maken.
Voor werknemers blijft het daarom waardevol om hun vakkennis te onderhouden en nieuwe hulpmiddelen te leren begrijpen. Wie weet wat AI kan én het resultaat goed kan beoordelen, is beter voorbereid op veranderingen in het werk.
Meer lezen over AI en technologie
Op Parkstad Actueel lees je ook over AI- en XR-technologie voor leren en revalidatie en over humanoïde robot Ami uit Kerkrade.
Bronnen: UWV en de Internationale Arbeidsorganisatie. De voorbeelden in dit artikel zijn bedoeld om de werking van AI op de werkvloer uit te leggen.